Geschiedenis

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Geschiedenis


Een ondoordringbare wildernis. Zo zag de zuidelijke kuststrook van Florida er uit op het einde van de negentiende eeuw. Dit gebied was toen nog een van de laatste onbezette kustgebieden ten oosten van de Mississippi. Het was eeuwenlang door de Calusa Indianen bewoond geweest.

Op het einde van de jaren 1800 stichtten kolonisten in het gebied dat nu bekend staat onder de naam Everglades, drie kleine gemeenschappen: Cape Sable, Chokoloskee en Flamingo. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. In 1838 kreeg een zekere Dr. Henry Perrine een stukje land aangeboden van de lokale bevolking. Perrine wou het gebied vervolgens koloniseren maar zijn vroegtijdige dood -hij werd vermoord- stak daar een stokje voor.

Nog in datzelfde jaar verkende Thomas Lawson de Kaap in opdracht van de Amerikaanse regering en bouwde er Fort Poinsett op Cape Sable, gesitueerd ten westen van Flamingo. In 1856 tijdens de Third Seminole War (de Seminolen zijn een indianenstam die nu nog in een reservaat in het westelijke deel van de Everglades wonen), werd Fort Cross gesticht op Middle Cape.

Chokoloskee, nabij het huidige Everglades City, werd gesticht in het jaar 1870. Het dorp werd het handelscentrum bij uitstek in het gebied van de Ten Thousand Islands. Voedingswaren uit Chokoloskee, vooral suikerrietsiroop en vis, bereikten zelfs steden als New York City.

De regio rond Everglades City telde in 1910 144 mensen. De meesten onder hen waren suikerrietboeren. Ten slotte werd in 1893 het huidige Flamingo gesticht. De inwoners waren vooral boeren en vissers. Ze leefden van de landbouw, vooral rietsuiker, en dreven ruilhandel.

Storm en wind

In het begin van de twintigste eeuw werd het gebied getroffen door een ramp. Nog maar net bekomen van een orkaan, werden Everglades en Chokoloskee in 1909 alweer verwoest door een orkaan, de ergste ooit. (Er zouden er nog vele volgen, waaronder de verschrikkelijke orkaan Andrew.)

Alleen het hoogste punt van het gebied liep niet onder water. Boerengronden werden verwoest en waterputten vervuild door het zoute water, een absolute catastrofe in een gebied waar maar zo weinig drinkwaterbronnen zijn. Vele inwoners waren bijgevolg verplicht hun eigendommen te verlaten.

In 1916 werd het Royal Palm state park gecreëerd. Er werd een weg van Florida City naar Royal Palm aangelegd die later de Ingraham Highway zou gaan heten en verder werd doorgetrokken tot in Flamingo. De naam "highway" gaf aan de weg meer prestige dan ze eigenlijk verdiende. Ze was immers vaak onberijdbaar. De eerste bezoekers waren echter wel bijzonder onder de indruk van de prachtige uitzichten langs deze weg.

In 1947 werd een stukje van de Everglades tot nationaal park uitgeroepen. Dit was het eerste nationale park dat werd gecreëerd omwille van zijn veelheid en variëteit aan fauna en flora in plaats van zijn panoramische en historische kenmerken.

Jaren van hard werk en lobbyen van een groep natuurliefhebbers gingen aan de erkenning tot nationaal park vooraf. Het Visitor Centre nabij de hoofdingang is opgedragen aan een van de belangrijkste van deze voorvechters: Ernest "Tom" Coe.

Ernest F. Coe, een landschapsarchitect, kwam in 1925 in Miami wonen en maakte van het Everglades project algauw zijn levensdoel. Samen met een aantal andere zielsverwanten richtte Coe in 1928 de Tropical Everglades Park Association op. Deze vereniging had als enig doel het oprichten van een nationaal park in het zuiden van Florida.

Een jaar daarna stelde het Amerikaanse congres een onderzoek in naar de mogelijkheden van een nationaal park in Zuid-Florida. Een speciale commissie van de National Park Service (NPS) begon daarop aan een tocht doorheen het gebied per auto en per boot en oordeelde positief. Het duurde echter nog tot 1947 voor de beslissing viel.

Op 26 oktober 1979 werd het Everglades National Park uitgeroepen tot werelderfgoed.

Het gebied wordt echter de laatste jaren bedreigd door ondoordachte ontwatering waardoor in de laatste veertig jaar sommige bodems meer dan twee meter zijn ingeklonken en bepaalde gebieden zelfs zijn opgedroogd. Er is dus nog steeds bescherming nodig...

Onze partners