Manchester

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Manchester

Statige woningen en monumentale fabriekspanden, maar ook leuke shops, moderne musea en bruisende wijken. Manchester toont een verrassend fris gelaat nu met de oude industrie de vuilgrijze sluier over de stad verdwenen is.

Manchester is de stad waar Rolls zijn partner Royce ontmoette in het luxueuze Midlandhotel. Waar Karl Marx en Friedrich Engels elkaar troffen in de Cheltam-bibliotheek. Waar de bekendste voetbalclub ter wereld speelt en David Beckhams ster rees.

Waar de broertjes Oasis geboren werden, Take That ontstond en The Smiths, The Stone Roses, Morrisey en Joy Divison hun roots hebben. En o ja, waar de industriële revolutie ontstond toen katoenweverijen en -spinnerijen heuse fabrieken werden, wat de stad toentertijd de bijnaam Cottonopolis opleverde.

Branie en daadkracht

Twee gebeurtenissen waren van groot belang voor de culturele renaissance van de stad: de IRA-bom en de bouw van de Bridgewater Hall.

Geen ground zero-toestanden op de plek in het commerciële centrum die de IRA op 15 juni 1996 uitkoos als doelwit. Enkel een Victoriaanse brievenbus in Corporation Street herinnert aan de bom, die als bij wonder, en door de interventie van verwittigde politiediensten, geen doden eiste. Maar de materiële schade was enorm: tienduizenden vierkante meters winkels en kantoorgebouwen werden vernield.

Manchester liet het niet aan zijn hart komen: er werd een wedstrijd uitgeschreven voor stadsontwikkelaars, die gretig solliciteerden naar deze carte blanche-opdracht. De hele wijk werd aangepakt: nieuwe shoppingcentra ontstonden, er kwam een minipark, en zelfs een volledig nieuwe straat. De werken zorgden voor een bouwepidemie in de hele stad.

De Bridgewater Hall stond daarvoor al in de steigers. Het indrukwekkendst aan deze concertzaal zijn de rubberen veren onder het gebouw. Die moeten ervoor zorgen dat de passerende tram niet te horen is. De thuishaven van het Hallé Orchestra is een schoolvoorbeeld van hoe je een Victoriaans stadsbeeld rijmt met een hightech constructie.

Lowry Bridge aan Salford Quays

De grootste metamorfose hebben allicht de Salford Quays ondergaan. The Lowry, genoemd naar een van Manchesters bekendste schilders, is er gevestigd: een centrum voor tentoonstellingen en talrijke theater- en muziekvoorstellingen. Net als alle musea in de stad is het bezoek gratis, maar een gift wordt aangemoedigd.

Precies aan de overkant van het water ligt het Imperial War Museum North, van architect Daniel Liebeskind. Het ging open in 2002 en toont naast een beklijvende expo over oorlog elk uur een audiovisuele presentatie waar je best even bij gaat zitten. Van op de toren van het museum heb je een prachtig zicht op de stad.

En er is Urbis, natuurlijk, de glazen skischans van architect Ian Simpson die een 'cultureel instituut' over het leven in een hedendaagse stad herbergt, en op de hoogste verdieping een restaurant heeft.

Niet ver daarvandaan, op de hoek van Corporation en Withy Grove, zijn de oude krantendrukkerijen omgebouwd tot een entertainmentcentrum: Printworks heeft meer dan twintig pubs en een Imax-bioscoop.

De Manchester Art Gallery kreeg in 2002 een facelift ter waarde van 35 miljoen pond. Het resultaat is een ruim, statig en modern museum. Het stimuleert bedrijven, winkels en personen om het peterschap op te nemen van hun lievelingswerken, waardoor het meteen met de voeten in de buitenwereld staat.

Opgeknapt

De stad subsidieert ondertussen de renovatie van de honderd jaar oude Victoriaanse gevels, die ineens geel, oranje of rood bleken te zijn in plaats van grijs. Met zijn architecturale hoogstandjes toont de stad niet alleen zijn toekomstgerichte visie, ze biedt bezoekers ook op regendagen voldoende overdekte ontspanningsmogelijkheden. Tel daarbij nog eens de 36 shoppingcentra en het mag lang regenen voor de verveling toeslaat.

Een goede uitvalsbasis voor unieke extravagante mode en design is de noordelijke artiestenwijk. Daar ligt het Manchester Craft and Design Centre, een miniwinkelcentrum annex verzameling productieateliers van jonge ontwerpers.

Een eindje verderop, waar Tib Street uitkomt op Market Street, is er elke zaterdag vanaf tien uur de fashion market, waar de nieuwe designers hun creaties verkopen. De wijk, altijd al populair bij artiesten allerhande, herleeft: op de site van de oude vismarkt worden volledig nieuwe appartementen gebouwd en elke maand opent er wel ergens een nieuwe winkel of galerie.

Bron: Weekend Knack

Onze partners