Salvador Dalí

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Salvador Dalí

Op 12 mei 1904 werd in Catalonië Salvador Dalí geboren. De jonge Dalí werd verliefd op het mooie stadje Cadaqués waar hij zeven bouwvallige huisjes kocht en verbouwde tot een weelderige villa, een surrealistisch paradijs.

Salvador Dalí's vader, een welgestelde notaris met een praktijk in het nabijgelegen Figueres, stamde uit Cadaqués en had een huis aan het strand van Llaner. De jonge Dalí, bepaald geen studiehoofd, bracht hier de vakanties door en zou de plek altijd associëren met zomer en de vrijheid om zich frenetiek aan het schilderen te wijden.

Later zou hij samen met Gala in de nabijgelegen baai van Port Lligat een vissershut laten verbouwen tot hun eigen honk, een soort kruising tussen Disneyland en het kabinet van dokter Caligari.

Aquí Cadaqués is het mooiste stadje van de Costa Brava. Je zou kunnen stellen dat Dalí er tegelijk een vloek en een zegen voor is. Enerzijds lokt de controversiële kunstenaar zelfs postuum nog altijd veel bezoekers, zodat het stadje vooral 's zomers uit zijn voegen barst. Anderzijds heeft Dalí er bij leven altijd voor geijverd dat Cadaqués vrijwel ongeschonden zou blijven, zonder storende hoogbouw.

Door zijn toedoen verklaarde Franco zelf het gehucht Port Lligat tot nationaal monument. De meester is hier alomtegenwoordig, in de meest uiteenlopende vormen: op foto's, als sculptuur, als papier-maché sandwichman bij de ingang van souvenirwinkels.

Muze en/of inhalige spin

Op het strand van Llaner zag Dalí zijn latere echtgenote Gala voor het eerst in badpak. De ontmoeting had plaats in augustus 1929. Tijdens zijn kunstopleiding in Madrid was de jonge Dalí bevriend geraakt met Federico García Lorca en Luis Buñuel.

In Parijs ontmoette Dalí Picasso en de dichter Paul Eluard, die graag mocht wapperen met naaktfoto's van zijn (op dat moment afwezige) exotische Russische vrouw Gala. Dat moet nogal indruk gemaakt hebben op de sekshongerige, gefrustreerde Dalí.

Bij de eerste aanblik van de gracieuze Russische sloegen bij de kunstenaar alle stoppen door. Gala was veeleer opvallend dan echt mooi en tien jaar ouder dan hij, maar haar air van seksuele vrijgevochtenheid en aantrekkelijke figuur (Dalí noemde zich de grootste schilder van vrouwenderrières aller tijden) maakte haar onweerstaanbaar.

Helena Ivanovna Diakonovna, koosnaam Gala, moet een van de meest raadselachtige vrouwen aller tijden geweest zijn. Zowel over haar echte naam als haar geboortedatum bestaat onduidelijkheid, maar aangenomen wordt dat ze in Kazan geboren werd, als dochter van een hoge ambtenaar.

Haar moeder bewoog zich in artistieke kringen en zou na de vroege dood van haar man een rijke advocaat aan de haak slaan. Volgens bepaalde bronnen zou Gala door haar stiefvader misbruikt zijn. Hoe ook, ze groeide op met boeken en toen ze zeven was, begon ze Frans te leren.

Paul Eluard leerde ze kennen in een Zwitsers sanatorium ; haar zwakke gezondheid zou haar niet beletten stokoud te worden. Wie de aan haar gewijde biografieën doorneemt, kan maar één ding concluderen: de muze van een groot kunstenaar zijn is een ondankbare taak. "Een monster van zelfzucht", werd Gala door tijdgenoten genoemd, "een inhalige spin", "de hoer van de steppen".

Aangeraakt door de zon

Zelfs voor wie bekend is met Dalí's oeuvre, is het huis dat hij en Gala in Port Lligat bouwden een overrompeling. De ligging alleen al, aan een beschutte baai nabij het natuurpark van Cabo de Creus, het meest oostelijke punt van Spanje, "waar Dalí als eerste in Spanje door de zon wordt aangeraakt". Op de kaap staat een oude vuurtoren en een verweerd douanehuis.

En dan het huis zelf, van buiten strak en wit, van binnen een surrealistisch labyrint, vol opgezette dieren, maskers, krukken, sofa's in de vorm van lippen en een gipsen Griek uitgerust met een David Crockett-muts, een scherm-masker en een Amerikaanse voetbal. In zijn schildersstudio met zicht op de baai een beweegbaar metalen frame dat hem in staat stelde zittend grote doeken te schilderen.

Hier kwamen de meeste van zijn bekende werken tot stand, zoals de Christus van Sint-Jan van het Kruis, het Laatste avondmaal, de madonna van Port Lligat en Dalí die Gala op de rug gezien schildert. Er is een ovaal boudoir en een zwembad omringd door Michelin-mannetjes, Pirelli-banden, de godin van de jacht en een kopie van de Leeuwenfontein van het Alhambra, maar dan met parfumflesjes in de vorm van torero's.

Was Dalí dan vooral een groot kind met perverse fantasieën, een klaverenzot, een meester in zelfpromotie? Wie het Teatre-Museu Dalí in Figueres bezocht heeft, weet wel beter. Figueres is een aardig provinciestadje, met een Rambla en van die typische mooilelijke Spaanse cafés.

Het hele stadje baadt in een surrealistische sfeer, maar hét bedevaartsoord voor de liefhebbers is natuurlijk het Teatre-Museu Dalí, de voormalige stadsschouwburg die door Dalí zelf werd opgetuigd en die na het Prado het populairste museum van heel Spanje is.

Er is het voor Dalí gebruikelijke rariteitenkabinet: de Carnaval, een zwarte Cadillac waarin het op wassen poppen regent als je er een muntje in stopt, de Venus van Milo met schuifladen, het gezicht van Mae West ingericht als kamer, een handschoen van Liz Taylor die zich ontvouwt tot een Christusfiguur. Gala is overal, zij was duidelijk Dalí's favoriete model.

In de Sala del Tresor vind je de twee grootste schatten van het museum : Galarina, een klassiek olieverfportret waarin Dalí zich vereenzelvigt met Rafaël die Fornarina schilderde. En Het Broodmandje, banaal van onderwerp, maar zo perfect van compositie en licht dat het de hand van een genie verraadt.

Na de exuberantie van het artistieke pretpark Teatre-Museu Dalí is het Castell GalaDalí in het landelijke Púbol, op zo'n vijftig kilometer van Cadaqués, een beetje een ontnuchtering. En toch... Gala had zichzelf altijd al een kasteel gewenst. Castell Púbol is Dalí's ultieme geschenk aan haar, de expressie van zijn passionele liefde: een plek waar ze zich op haar oude dag kon terugtrekken, weg van hem. De schilder was hier enkel welkom op uitnodiging.

Bron: Weekend Knack

Onze partners