Geschiedenis

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Geschiedenis

In de tijd van de Romeinen en de Visigoten was er op de plaats waar Madrid nu ligt waarschijnlijk nog geen bewoning. Reden daarvoor is waarschijnlijk de ligging: niet aan een belangrijke waterweg en ook niet aan de toenmalige route tussen de belangrijke steden.

Voor het ontstaan van Madrid is het wachten tot de 9e eeuw, tijdens de inval van de Moren. Toen bouwde de emir van het Arabische rijk Al-Andalus, namelijk Mohammed I van Cordoba, een paleis op de plaats van het huidige Palacio Real. Dit Alcázar, aan de westzijde van de huidige stad, diende als verdediging van Toledo. Daarnaast bouwde hij er een kleine citadel, al-Mudaina, langs de rivier de Manzanares. De Moren noemden die ook wel al-Mayrit, wat waterleiding betekent. Aan deze term dankt Madrid haar huidige naam. In de buurt van deze gebouwen vestigden zich steeds meer mensen, waardoor Madrid ontstond.

Habsburgers en Bourbons

Na de verdrijving van de Moren in 1085 (soms wordt ook 1083 gezegd) kwamen de katholieken terug aan de macht in Madrid. Er passeerden tal van vorsten zoals Filips II. Zowel het koningshuis van Habsburg als dat van Bourbon, van wie Juan Carlos I afstamt, vestigden zich in de hoofdstad en lieten hun sporen na. Zo herinneren Plaza Mayor en het Retiro-park aan de Habsburgers, het Koninklijk Paleis en het Prado-museum aan de Bourbons.

In 1520 heeft koning Karel I van Castilië het Rijk van Castilië verenigd met het Rijk van Aragon tot het nieuwe Spanje. Door de verplaatsing van het Gerechtshof door Filips II naar Madrid in 1561, werd de stad uitgeroepen tot hoofdstad. Voor die periode bestond de omgeving van Madrid uit lommerrijke bossen vol wolven en beren. Daarom zijn de boom en de beer verwerkt in het stadswapen.

Rond 1700 volgde de Spaanse Successieoorlog, waardoor de Franse Bourbon Filips V de troon besteeg. Positief, want Filips V vond dat de stad er een beetje armtierig bijlag en besloot om heel wat nieuwe bouwwerken zoals het Koninklijk Paleis op te trekken. Ook Plaza de la Villa, het plein waar het stadhuis staat, werd opgebouwd.

Metamorfose

Vooral in de achttiende eeuw, onder Karel III, onderging Madrid een belangrijke metamorfose. Door zijn aanleg van parken, bruggen, ziekenhuizen en brede lanen werd hij zowat de populairste Spaanse leider aller tijden. Zo liet hij onder andere de Paseo del Prado aanleggen naar een plan van José de Hermosillo uit 1781. De lommerrijke laan telt nu drie fonteinen: die van Cibeles, Neptunus en Apollo. Bovendien wilde Karel III in dat stadsdeel ook het museum voor Natuurwetenschappen vestigen. Juan de Villanueva ontwierp een gebouw, maar het kreeg uiteindelijk een andere bestemming. Onder impuls van Ferdinand VII vond de koninklijke schilderijenverzameling er onderdak. Later kreeg dit museum de naam 'Prado'.

Eén van de belangrijkste kunstenaars in het huidige Prado is Francisco Jose de Goya y Lucientes. Hij was één van de belangrijke beschermelingen van Karel III. Zijn zoon Karel IV en kleinzoon Ferdinand VII deden het heel wat minder goed. Op het einde van het bewind van Karel IV vochten de Madrileners tegen de Franse indringers. Twee van Goya's beroemdste schilderijen, '2 en 3 mei 1808', herinneren aan deze oorlogsverschrikkingen. De Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog was begonnen en zou tot 1814 duren.

Gruwelen van de burgeroorlog

Door de enorme bevolkingsgroei in de jaren twintig van de twintigste eeuw bouwden de Madrilenen een aantal nieuwe stadswijken zoals Las Ventas, Tetuan en Ciudad Lineal. Om het toenemende verkeer in goede banen te leiden opende de verkeersslagader Gran Vía. Ook werden de eerste metrolijnen aangelegd.

Ook op politiek vlak veranderde er heel wat. In 1931 werd de Tweede Spaanse Republiek ingesteld. Vijf jaar later, in 1936, kwam het tot een triest hoogtepunt. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) behoorde Madrid tot de zwaarst getroffen gebieden. Guernica, het schilderij van Picasso dat nu in het Reina Sofia-museum hangt, brengt de gruwelen van de burgeroorlog in beeld. De oorlog werd gewonnen door Francisco Franco. Tot 1975 is Franco dictator geweest van Spanje. Desondanks bleef het inwoneraantal van de stad stijgen, waardoor een heel deel geïndustrialiseerd werd.

Met de komst van Juan Carlos I werd Spanje terug een constitutionele monarchie. De modernisatie kon terug beginnen. Hij bewerkstelligde de Spaanse aansluiting bij de Europese Gemeenschap en andere internationale organisaties. Door de modernisatie heeft de stad geleidelijk een belangrijke positie ingenomen op de internationale markt. Doffer op de feestvreugde van de laatste jaren was de terroristische aanslag op 11 maart 2004. Een kleine 200 mensen lieten toen het leven door de ontploffing van enkele treinbommen in het station Atocha.

Onze partners