Seychellen

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

De Seychellen, een groep van 115 eilanden, liggen plomp verloren tussen Afrika en India in de Indische Oceaan. Palmen, witte stranden, oceaan en hemel zover je kan zien. Maar ook vogels en planten die je nergens anders ter wereld vindt.

Seychellen

De Seychellen, een groep van 115 eilanden, liggen plomp verloren tussen Afrika en India in de Indische Oceaan. Palmen, witte stranden, oceaan en hemel zover je kan zien. Maar ook vogels en planten die je nergens anders ter wereld vindt.

Seychellen klinkt als de echo van een sprookje: overal palmen en witte stranden, een oceaan die niet kan kiezen tussen azuur en turkoois of smaragd en indigo, kussende wolkjes in de open hemel, het is allemaal waar.

Maar de eilandengroep in de Indische Oceaan, 1500 km ten oosten van het Afrikaanse vasteland, is meer dan dat. De archipel, nauwelijks 455 vierkante km groot maar verspreid over een oppervlakte van 400.000 vierkante kilometer, is spaarzaam bewoond: op een handvol van de 115 eilanden wonen zo'n 78.000 mensen, een kleurrijke mix van etnieën uit Afrika, Europa, Azië en Madagaskar.

De eilanden waren een toevluchtsoord voor Arabische zeeschuimers, Portugese ontdekkingsreizigers en Franse piraten. Namen als Olivier Le Vasseur of Jean François Hodoul kent hier iedereen.

In 1610 meert het Britse schip Ascension aan, de Britten noemen de archipel Desolation Islands. In 1756 lijft kapitein Morphey de granietrotsen in bij de Franse kroon, het is het begin van de kolonisering.

Zo kennen de Seychellen amper een kwart millennium geschiedenis, al de tijd daarvoor bleven het mensenlege eilanden. Miljoenen jaren bleven de eilanden onaangeroerd: planten en dieren zijn hun Darwiniaanse weg gegaan en vandaag herbergen de vlakke koraaleilanden en de beboste granietbergen naast een unieke flora, bijzondere reptielen en miljoenen zeevogels, nog elf endemische vogels die tot de zeldzaamste ter wereld behoren.

Ook vliegende honden flapperen loom door de hemel. Het Morne Seychellois National Park is het laatste regenwoud op Mahé, het grootste eiland van Seychellen. Tegen de bergflanken groeien exotische planten: zeldzame Medusa-bomen, vleesetende bekerplanten, kaneel met rode bladeren, vanille en kardemom. Alles is woud hierboven en het uitzicht is schitterend, maar Mahé is druk bewoond, de kustlijn raakt volgebouwd en huizen kruipen langzaam het woud in.

Victoria zegt van zichzelf dat ze de kleinste hoofdstad ter wereld is: een paar winkelstraten, een markt met groenten en vis, kantoren, koloniale woningen, terrassen en golfplaten huizen tussen de bougainvillea's.

In het midden van het rustige Praslin, het tweede grootste eiland van de Seychellen, ligt Vallée de Mai, een weelderig park dat door de Unesco is erkend als patrimonium van de wereld. In dit prehistorische bos groeien vijf endemische planten, maar ook een slecht geurende orchidee.

De hotels op Praslin zijn opgetrokken in de beste Seychellen-traditie: geen hoogbouw, maar meestal kamers als aparte bungalows, aan zee en in een groen domein.

Op een boogscheut van Praslin in de ondiepe wateren ligt Cousin, het eiland met de breekbaarste status. Het is een natuurreservaat, niet alleen een zorgeloos broedgebied voor duizenden sternen, maar ook de thuishaven voor een paar van de meest bedreigde vogels op de Seychellen en in de wereld. De rietzanger Seychelles brush warbler was bijvoorbeeld bijna uitgestorven, maar een intensieve campagne heeft ervoor gezorgd dat er nu weer 400 warblers rondfluiten.

Bron: Weekend Knack

Onze partners