Jemen

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Jemen

Het groene Arabia Felix van voor de profeet Mohammed, de avontuurlijke havenstad Aden, Mokka waarvandaan de eerste geurige koffiebonen naar Europa verscheept werden... Het zijn evenzoveel redenen om vervuld van dromen naar het dak van het Arabisch Schiereiland te trekken.

De stoere krijgers met hun kalasjnikovs over de schouder en hun jambia's op de buik, de gesluierde vrouwen met de mooiste gazellenogen ter wereld, de verhalen over Bilqis, de koningin van Sheba, die met rijkelijke karavanen naar koning Salomon in Jeruzalem trok, dat is allemaal Jemen.

Baraqish en Marib liggen in het legendarische koninkrijk van Sheba. Bijbel en koran beschrijven de weelde van deze vruchtbare streek. Die rijkdom was, in de periode van de 9de eeuw vóór tot in de 6de eeuw na Christus, niet alleen aan de aanwezigheid van water te danken. Marib was immers een belangrijke halte op de wierookroute naar de havens van de oostelijke Middellandse Zee.

In 570, het geboortejaar van Mohammed, werd het doodsvonnis van dit machtige rijk getekend. De dam van Marib brak voor de vierde keer. Van die legendarische dam zijn meer dan 1400 jaar na de overstroming nog de twee sluizen en een muur over, getuigen van de precisie en de vakkennis van de bouwers in de 8ste eeuw voor Christus.

Van de eeuwenoude stad Marib blijven alleen ruïnes over nadat het Egyptische leger, bij de opstand tegen de imam in 1962, met bombardementen de medestanders van de tiran bestookten.

Puntige heksenhoeden

In de woestijn van het vroegere Zuid-Jemen ligt Seyun, de belangrijkste stad in de Hadramaut. Wadi Hadramaut, de tweede grootste wadi van het Arabische schiereiland, is een vruchtbaar gebied. Op het veld werken vrouwen in het zwart met hoge puntige strooien heksenhoeden op het hoofd, die zorgen er ook voor dat het meegebrachte eten koel en vliegenvrij wordt bewaard.

Sinds de hereniging van de beide Jemens in 1990 wint de islam in de vroegere Volksrepubliek fel veld. Alom worden nieuwe moskeeën gebouwd, met Saudisch geld naar verluidt. Hier, evenmin als in de rest van het land, zijn moskeeën en begraafplaatsen niet langer toegankelijk voor niet-moslims.

Tarim, de stad der wijsheid waar ooit 360 moskeeën waren en de beroemde Al Khaf bibliotheek 140.000 banden bevat, is verworden tot een vervallen stad van een decadente schoonheid. De paleizen van de kooplui die handel dreven in Indonesië en Maleisië getuigen nog van de onvoorstelbare vaardigheid waarmee men hier leembouw bedreef. Met recht en reden heet de bouwstijl hier "Javaanse barok".

Het Manhattan van de woestijn is een kreupele omschrijving voor Shibam. De stad ligt als een vesting in de Wadi Hadramaut. Je kunt alleen binnen via de grote stadspoort en de straatjes zijn zo aangelegd dat ten hoogste twee ongeladen kamelen elkaar kunnen passeren. De huizen zijn tot 40 meter hoog en hebben 6 tot 8 verdiepingen, hoog boven de grond zijn gesloten bruggetjes die ze met elkaar verbinden.

Hoewel de meeste bouwwerken hier niet ouder zijn dan 300 jaar, vermoedt men dat de stad al bijna 18 eeuwen op deze plek gevestigd is. Sinds eeuwen worden de huizen heropgebouwd in dezelfde stijl.

Rijk van de laatste imam

Taïzz in het zuiden was tot in de jaren zeventig voor de reiziger de poort tot Jemen. De eerste toeristen kwamen naar Jemen via Djibouti aan de overzijde van de Bab el Mandeb, de zee-engte tussen de Rode Zee en de Golf van Aden. Nadat imam Ahmed in 1948 Taïzz tot zijn hoofdstad maakte, resideerden er ook vele ambassadeurs.

Van het rijk van de laatste imam is alleen zijn paleis over dat na de burgeroorlog in 1962 museum werd. Een schrijn voor de cadeaus die hij kreeg van bezoekers en voor alles wat hij liet meebrengen uit verre landen.

Een heel andere sfeer heerst rond de witte Ashrafiya moskee, gebouwd aan de voet van de 3000 meter hoge Djebel Sabir tussen 1295 en 1400. Met enig geluk krijg je de toestemming om in een van de twee minaretten te klimmen, vanwaar u een schitterend uitzicht heeft over de stad. Tegen de groene berghelling liggen weelderige villa's van degenen die het zich kunnen permitteren om de krioelende stad te ontvluchten.

Eén van de veertig moskeeën van Jiblah, herbergt het graf van koningin Arwa, de tweede vrouw die in Jemen regeerde en een lange periode van vrede en welvaart bracht tegen het eind van de elfde eeuw. In Ibb, net als in Jiblah, zijn de huizen gebouwd met grote ruwe stenen.

Je raakt er niet op uitgekeken: de prachtige deuren, kleurrijke glasramen, mysterieuze moucharabiehs. Wees niet verbaasd als men je uitnodigt om binnen te komen. De legendarische Arabische gastvrijheid leeft in deze Jemenitische steden meer dan waar ook.

Bron: Weekend Knack

Onze partners