Wat moet je zien?

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Wat moet je zien?

Kreta, het grootste en bekendste Griekse eiland, ligt als een grenspaal tussen Europa en Afrika in de Egeïsche Zee. Het eiland heeft heel wat te bieden: diepe indrukwekkende kloven, steile kliffen, eigenaardige hoogvlaktes, eindeloze witte stranden, olijf-, sinaas-, en wijngaarden. De natuur, soms ruw en kaal, dan weer liefelijk en bebost, laat niemand onverschillig.

Een van de meest imposante natuurfenomenen, de Samaria-kloof, ligt in het Lefka Ori-gebied. Het loont echt de moeite om een dag uit te trekken om de kloof door te wandelen. Op het smalste punt is ze slechts vier meter breed. Op sommige plaatsen torenen de wanden 500 meter boven je uit. Hier voel je je een klein en nietig mensje.

Alleen in de zomer is de kloof toegankelijk. Dan loop je door de bedding van de rivier, die door de warmte helemaal droog komt te staan. Het begin van de kloof bevindt zich op 1250 meter hoogte. Het eerste deel van de tocht gaat het steil naar beneden. Het in de rotsen uitgehakte pad is drie kilometer lang en overbrugt een hoogteverschil van 750 meter. Eens je beneden bent aanbeland, heb je nog dertien kilometer voor de boeg naar het einde van de kloof in het dorpje Agia Roumeli. Daar kan je de overzetboot nemen naar Chora Sfakion of Palechora.

De Samaria-kloof is zeer in trek bij de toeristen. Je vertrekt dus best vroeg in de morgen, dan is het nog kalm en bovendien nog niet te heet. Zorg voor stevige schoenen en gemakkelijke kledij. Je hoeft geen topsporter te zijn, maar een minimum aan conditie is toch onontbeerlijk. De wandeling duurt immers al snel tussen de vier en acht uur. Gestrande wandelaars kunnen een beroep doen op de parkwachters. Die brengen je dan op de rug van een ezeltje veilig en wel naar de bewoonde wereld.

Historisch Knossos

Maar Kreta heeft niet alleen natuurschoon te bieden. Ongeveer vijf kilometer ten zuiden van Heraklion liggen de ruïnes van het paleis van Knossos. Het dateert van ongeveer 2000 voor Christus, maar werd pas in de 20e eeuw ontdekt door de archeoloog Sir Arthur Evans. Koning Minos, heerser van het Minoïsche rijk, zou het paleis hebben gebouwd. Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van Kreta, mag deze archeologische site zeker niet links laten liggen.

Wil je genieten van spectaculaire vergezichten, dan moet je de weg nemen naar de Lassithi-hoogvlakte. Die vlakte ligt op 800 meter hoogte en trekt jaarlijks heel wat toeristen. Hier maak je kennis met het nog authentieke boerenleven. De groenten die op Kreta geconsumeerd worden, komen grotendeels van deze vlakte. Maar wat de hoogvlakte nog het meest typeert, zijn de honderden windmolens, die vroeger werden gebruikt om het overtollige water uit de grond te pompen. Tegenwoordig gebeurt dat mechanisch en staan de molens er alleen ten behoeve van de toeristen.

Een andere toeristische trekpleister is het eiland Spinalonga, dat vooral gekend staat als voormalige leprakolonie. Begin 20e eeuw werden alle melaatsen naar Spinalonga verbannen, waar hen een verschrikkelijk leven wachtte. Ze kregen weliswaar een vergoeding van de overheid, maar de leprozen konden weinig aanvangen met dat geld. Handelaars verkochten hen vaak bedorven goederen voor woekerprijzen. Vele mensen stierven er eenzaam en in mensonterende omstandigheden. De leprakolonie werd opgeheven in 1957.

Onder wuivende palmen

Heeft Spinalonga je een beetje aangegrepen, dan zal een bezoekje aan het palmenstrand van Vai je alle ellende snel doen vergeten. Op dit mooie zandstrand heerst altijd een gezellige drukte. Met zijn palmen, oleanders, watervallen en de rivier, die over het strand richting zee vloeit, lijkt dit strand wel een tropische lagune.

Naast zalige stranden is Kreta ook rijk aan kloosters. Het 16e-eeuwse klooster van Arkadi, in Venetiaanse stijl, werd genoemd naar zijn stichter, de monnik Arkadios. Vroeger werd het vooral gebruikt voor de opvang van vluchtelingen, vandaar dat het er ook een beetje uitziet als een fort. Het klooster werd gebouwd in de Byzantijnse periode.

Het beleefde zijn glorietijd in de 18e eeuw. In de 19e eeuw raakte het echter in verval. Later werd het klooster een haard van verzet tegen de Ottomaanse bezetters. Momenteel wordt het nog altijd beschouwd als een symbool van verzet en afkeer tegen iedereen die de Kretenzers probeert te onderdrukken.

Onze partners