Congo

Congo wordt al jaren verscheurd door oorlogen, maar het blijft een wondermooi land. Vijf natuurparken zijn uitgeroepen tot werelderfgoed waar spectaculaire dieren huizen die alleen in Congo leven, zoals de bonobo, de Congopauw, de Grauers gorilla en de okapi. Beschermd worden deze gebieden en de dieren die er leven nauwelijks. Natuur is geen prioriteit in tijden van oorlog.

“Vroeger leefden in Kisangani (Stanleystad) zesduizend Europeanen, nu nog zeshonderd”, schreef Lieve Joris in 1987 in Terug naar Congo.

Anno 2008 leven er waarschijnlijk amper zes Europeanen in Kisangani. De gevolgen van de bloedige Simbarevolte in 1964, Mobutu’s zaïrisation in de jaren zeventig en de burgeroorlogen van de jaren negentig tekenen de stad met kogelgaten en kapotte wegen. Naar schatting vier miljoen mensen overleefden de laatste oorlog niet.

In het zog van Stanley

Ontdekkingsreiziger Stanley maakte een 1700 kilometer lange tocht over het bevaarbare deel van de Congostroom tussen Kisangani en Kinshasa en onthulde daar Afrika’s laatste mysteries.

Wat het binnenland van Afrika met een mens doet, beschrijft Joseph Conrad in zijn beroemde roman over Congo Heart of Darkness meesterlijk: “De veranderingen vinden binnen plaats, weet u?”

“Een bebost land, waar niets anders is dan woud, en woud, en woud, dagenlang, wekenlang, maandenlang. Er komt geen einde aan het woud.” Zo citeert Peter Forbath (The River Congo) de Zanzibari die Stanley afrieden de geheimzinnige rivier te exploreren.

En André Gide waarschuwt de lezer in Reis naar Congo: “Men heeft ons herhaaldelijk gezegd dat de eindeloze opvaart van de Congo onzegbaar eentonig is. We maken er een erekwestie van het hiermee niet eens te zijn.”

Laat de trage oeverlandschappen gestaag voorbijtrekken, egaal groen, een muur van palmen, struiken en bomen af en toe onderbroken door een klein vissersdorpje. Urenlang is er niets dan woud en water, af en toe een visarend, enkele kwetterende ijsvogels en een zwerm zwaluwstaarten.

De Congo, rimpelloos als een spiegel, dwingt de reiziger tot bescheidenheid. Zelden zie je beide oevers. Bijrivieren voeden de stroom, die op sommige plekken wel twintig kilometer breed is, bezaaid met eilanden en zandbanken.

“Een bezoek aan Yangambi, het belangrijkste wetenschappelijke onderzoeksstation van heel Afrika, kunnen we niet genoeg aanbevelen aan reizigers, toeristen en studenten”, aldus le guide du voyageur au Congo Belge uit 1951. “Bezoekers vinden er bovendien een comfortabel Guest House.”

Yangambi telde toen 171 Europese inwoners, en bijna 7500 Congolezen. Vanaf de boot lijken de gebouwen en schoorstenen, met fabriekshallen in de atoomstijl van de jaren vijftig midden in de jungle, een surrealistische ruïne.

Ooit huisde hier de illusie van vooruitgang en passeerde de postboot stipt op tijd, met de regelmaat van een klok pendelend tussen Kinshasa en Kisangani. De schrijnwerkerij, de rubber- en de cacaofabriek, alles ligt in puin. Van het guesthouse geen spoor. Draaibanken en enkele autowrakken roesten langzaam weg. Al jaren staat de tijd hier stil.

Bron: Weekend Knack

Foto: ©Epa. Congolezen vluchten de jungle in voor het geweld.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content