Geschiedenis

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Geschiedenis


Duizenden jaren voordat de Europeanen voet aan wal zetten in Labrador en Newfoundland leefden er in het noordoosten een groep Inuit en in de rest van de provincie leefden twee Algonquin groepen; de Naskapi en Montagnais.

Toen de Europeanen in de 16e eeuw hun eerste nederzettingen in dit gebied bouwden, kwamen ze enkel de Beothuk tegen. Over de Beothuk cultuur is maar weinig bekend omdat de stam volledig uitgestorven is.

In die tijd leefden de Beothuk vreedzaam samen met de Europese vissers en met een andere stam afkomstig uit NovaScotia, de Micmac. In de 18e eeuw lokten de Fransen echter een oorlog uit tussen de Micmacs en Beothuk. De weinige Beothuks die overleefden vluchtten of overleden later aan tuberculose en andere Europese ziektes. In 1829 stierf de allerlaatste Beothuk.

Vikingen

De eerste Europeanen die de provincie bezochten waren trouwens de Vikingen. In 986 voer Bjarni Herjólfsson langs de kust en stichtte er een nederzetting in het huidige l'Anse aux Meadows. Noorse archeologen ontdekten de resten van dit dorp in 1963 met daaronder graven uit 7500 voor Christus: een interessante plaats voor mensen die geïnteresseerd zijn in geschiedenis. Waarschijnlijk bleven de Vikingen er maar enkele jaren. Over de vijfhonderd jaar daarna weten we niet veel.

Aan het eind van de 15e eeuw kwam daar verandering in. Europeanen gingen op zoek naar een route naar Azië via Amerika en zo stuitte de Portugees João Vaz Corte Real in 1474 als eerste op Newfoundland. Maar daar bleef het verder bij. In 1497 zeilde de Engelsman John Cabot rond het eiland en vertelde bij terugkomst over de enorme hoeveelheden kabeljauw die er leefden. Vissers uit Engeland, Spanje, Portugal en Frankrijk vertrokken daarop naar het veelbelovende gebied.

Ondanks de Spaanse overheersing in de hele Verenigde Staten claimde Sir Humphrey Gilbert Newfoundland in 1583 voor Groot-Brittannië. Deze claim werd twee jaar later nog eens bevestigd door Sir Bernard Drake die daarbij de Spaanse vissersvloot vernietigde. Vanaf dat moment kwamen er enkel nog Franse en Engelse vissersboten.

Strijd tussen vissers en kolonisten

Vanaf 1610 probeerden Britten zich te vestigen op het eiland, maar met weinig succes. Het onvriendelijke klimaat, de onvruchtbare grond, slecht leiderschap en de vijandige houding van de vissers, maakten overleven niet eenvoudig. De jaren daarna stonden volledig in het teken van de strijd tussen de vissers en kolonisten.

Ondertussen ontdekte Frankrijk de strategische ligging van het eiland en bracht haar troepen naar Placentia, vanaf dat ogenblik het Franse centrum op Newfoundland. De Engelsen kregen echter niet alleen met de Fransen te maken, ook de Nederlanders zaten dwars en plunderden St. John's verschillende keren.

Na de zogenaamde Queen Anne War verlieten de verslagen Fransen in 1713 het gebied. Dat betekende niet het einde van conflicten tussen Engeland en Frankrijk: de Fransen namen nog enkele keren de macht over, maar de Engelsen wisten hun macht telkens te herstellen.

De ontdekking van Labrador

Tot het begin van de negentiende eeuw liet men Labrador eigenlijk links liggen, maar in 1809 werd Newfoundland samengevoegd met Labrador en dat betekende een groter gebied om te vissen. Ook ontdekte men de handel in bont en zeehondenhuiden.

Engeland bleef Newfoundland enkel beschouwen als een visserijgebied en niet als een kolonie met het gevolg dat er geen geschikte regering was om de nederzettingen te besturen. Daarom verleende Groot-Brittannië de bewoners in 1824 een vorm van zelfbestuur.

In die periode ging het ook op economisch vlak goed, onder andere doordat er een spoorlijn aangelegd werd die in 1898 klaar was voor gebruik. De economie werd ook gevarieerder: niet meer enkel de visserij, maar ook landbouw en ijzerwinning zorgden voor welvaart.

Newfoundland kwam de Eerste Wereldoorlog en de periode daarna redelijk goed door, alhoewel de provincie wel veel soldaten leverde. Maar aan de Grote Depressie uit de jaren dertig ontkwam ze ook hier niet. De inwoners moesten zelfs de hulp inroepen van Groot-Brittannië. Pas rond 1940 krabbelde Newfoundland er weer bovenop.

Newfoundland en Labrador waren door hun strategische ligging prima geschikt voor marinebases van Canada en de Verenigde Staten. Na de oorlog kreeg de bevolking de keuze tussen volledig zelfstandig worden, bij Groot-Brittannië blijven of zich aansluiten bij Canada. In 1949 besloten de bewoners in een referendum tot het laatste.

Tegenwoordig is de visserij, ondanks problemen met visquota, nog altijd een belangrijke bron van inkomsten. Maar andere industrieën hebben aan belang gewonnen zoals de papierindustrie, ijzererts, hydro-elektriciteit en olie.

Toch kennen Newfoundland en Labrador de hoogste werkeloosheid in Canada en het laagste inkomen per hoofd van de bevolking. Veel jongeren trekken daarom weg op zoek naar werk. Bovendien krijgen de achterblijvers niet veel kinderen. Voor deze provincie zal het de komende periode een grote uitdaging zijn om deze bevolkingsafname tegen te gaan.

Onze partners