Wat moet je zien?

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

Wat moet je zien?


De Reien en het Minnewater
Brugge is een stad van steen en water en wordt doorkruist door grachten en bijgrachtjes. Deze grachten vinden vrijwel allemaal hun oorsprong in de rivier de Reie. De Reie werd in de Middeleeuwen gekanaliseerd en kwam toen de stad binnen via het idyllische Minnewater. Het waternet in Brugge heeft in de loop van de eeuwen heel wat veranderingen ondergaan: grachten werden omgeleid en dichtgegooid.

Tegenwoordig vormen de Reien een schilderachtig geheel, maar dat is nog niet lang zo. Nog geen halve eeuw geleden verspreiden de Reien in de zomer een enorme stank in de stad omdat ze fungeerden als open riolen. Maar nu is het water weer schoon en glijden de zwanen sierlijk voorbij.

Van de 43 bruggen over de Reien zijn die van de Groenerei, de Sint-Annarei en de Spiegelrei. de oudste. Veel mensen vinden deze grachten de mooiste van de stad. Om de Reien extra aantrekkelijk te maken werden de kaaimuren met prachtige bloembakken versierd. In spleten en barsten van de oude, verweerde muren groeien muurplanten en langs de oevers vind je een ongelooflijke variëteit aan boomsoorten, struiken en heesters.

Wie zin heeft om de stad vanuit een ander perspectief te bekijken, is een boottochtje een echte aanrader.

Belfort en de Brugse Hallen
Het Belfort in Brugge behoort tot de bekendste gebouwen in heel Vlaanderen. Het Belfort, ook wel Hallentoren genoemd, werd in de loop van drie eeuw (van de dertiende tot de vijftiende eeuw) gebouwd. Vanaf de 88 meter hoge meter toren kan je genieten van een schitterend panorama over het Middeleeuwse Brugge. Onderweg naar de toren kom je langs het Dumery beiaard, wellicht het beroemdste ter wereld.

De Brugse Hallen vormen een rechthoek rond een binnenkoer, die vroeger dienst deed als marktplaats. De twee zijkanten stammen uit de veertiende eeuw, de achterkant met de arcaden uit de zestiende eeuw. In de Hallen worden geregeld tentoonstellingen gehouden.

De Burg
Dit is het plein waar Brugge is ontstaan. Het wordt omringd door gebouwen ontstaan in de loop van negen eeuwen. De naam Burg is afgeleid van 'burcht' omdat hier vroeger de grafelijke burcht met de burchtkapel stond. Rond deze kern, een militaire vesting, heeft zich in latere eeuwen de stad gevormd. In de 12e eeuw werd op de Burg de Heilig-Bloedkapel (zie beneden) gebouwd.

Aanvankelijk was Brugge niet meer dan een klein dorpje, maar het groeide in de vijftiende eeuw uit tot een druk economisch centrum. De Reien stonden in die tijd nog in verbinding met de zee. Daardoor kon Brugge zich tot ontwikkelen tot het handelsknooppunt tussen het noorden en zuiden van Europa.

Heilig-Bloedkapel
Eén van de merkwaardigste en drukst bezochte kerkgebouwen in het historische centrum van Brugge is de middeleeuwse Heilig-Bloedkapel, een dubbelkerk met twee totaal van elkaar verschillende verdiepingen: de sobere maar indrukwekkende Sint-Basiliuskapel in Romaanse stijl en de feestelijke bovenkerk in gotische stijl, waarin de relikwie van het Heilig Bloed bewaard wordt. In een langwerpig bergkristallen flesje zouden enige druppels van het gestolde bloed van Jezus Christus zitten.

Begijnhof
Het begijnhof behoort tot de meest geschilderde en gefotografeerde plekjes te Brugge: rond een grasperk staan kleine, witte huisjes, een kerkje en een kapelletje. Het Begijnhof werd oorspronkelijk in de dertiende eeuw gebouwd, maar de huisjes die er nu staan stammen uit de zeventiende eeuw.

Begijntjes wonen er nu niet meer, maar zusters behorende tot de Zwitserse kloosterorde 'Les Filles de l'Eglise'. Net als de Begijntjes van weleer dragen deze nonnen die zich vooral met liefdadigheid bezighouden zwart-witte kleren.

Sinds 1998 staat het Begijnhof op de Lijst van Werelderfgoederen van Unesco.

Godshuizen
Typisch voor het stadsbeeld van Brugge zijn de kleine, witgekalkte huisjes, soms op een rij, maar meestal rond een binnentuin gegroepeerd. Godshuizen werden in de 14de eeuw opgericht door rijke burgers of door gilden. Ze gaven onderdak aan behoeftige bejaarden of weduwen zonder bestaansmiddelen.

Over de stad verspreid zijn 46 godshuiscomplexen bewaard, waarvan er 43 nog steeds door bejaarden worden bewoond. Het oudste nog bestaande godshuis is het 'Rooms Convent' in de Katelijnestraat van 1330.

Er bestaan twee soorten godshuizen. Soms zijn ze naast elkaar gebouwd, soms rond een tuin, het zgn. 'binnenhoftype'. Dat zijn vaak de mooiste godshuiscomplexen. Het zijn heerlijke rustpunten in de binnenstad en ze ademen een romantische sfeer uit. Een fraai voorbeeld is godshuis De Meulenaere met 24 woningen rond een grote binnentuin.

Geboortehuis van Guido Gezelle
Aan de gekasseide Rolweg vindt men het Gezellemuseum, eigenlijk een oude hofstede met een uitgestrekte tuin. Daar werd op 1 mei 1830 Guido Gezelle geboren. Hij bleef er wonen tot 1849, toen de familie naar een ander pand in dezelfde straat verhuisde.

Sinds 1926 worden er herinneringen aan de dichter samengebracht, vindt men er negentiende-eeuwse foto's en een schilderij van Edward Wallays uit 1880 dat een beeld geeft van de stad tijdens de vorige eeuw. Het museum geeft een idee van de vroegere eenvoud van het leven aldaar.

Maar beroemder nog is de tuin, het uitverkoren plekje van Bruggelingen die rust en stilte weten te appreciëren. Onder de reusachtige zwarte den houdt de dichter het bezoek in de gaten. De achtergrond wordt ingevuld door wit en donkergroen geschilderde ramen, door het torentje van de Sint-Sebastiaansgilde en de Sint-Janshuysmolen, één van de negen molens die ooit de vestingen kleur en perspectief gaven.

Om de hoek, in de Carmerstraat, ligt het klooster van Nazareth in de volksmond het Engels klooster waar Gezelle rector was en er een paar weken voor de eeuwwisseling overleed.

Schuttersgilden
Het Gezellemuseum wordt als het ware omklemd door twee schuttersgilden. De Sint-Jorisgilde is niet alleen de oudste kruisbooggilde van het land, ze bezit ook een prachtig schietterrein in het stilste deel van de stad en een eedkamer waar de kruisbogen van de leden, diverse kunststukken en een muur vol portretten van de hoofdmannen bewaard worden.

Op een boogscheut daarvan vindt men de Koninklijke Hoofdgilde Sint-Sebastiaan waarvan het sierlijke zestiende-eeuwse torentje zo vaak in beeld is gebracht en waar een wat meer aristocratische sfeer heerst.

De conincx kamer oogt rijk en overweldigend, met geschilderde portretten van de diverse hoofdmannen, kleine bronzen kanonnen en een achttiende-eeuwse marmeren schouw, bekleed met het gedenkteken van de Engelse koning Karel II. In het museum rusten talloze schatten, waaronder een zilveren pronkbeker die in 1897 door koningin Victoria werd geschonken.

Het oudste café van België
Wie met een wat eenvoudiger stuk authentieke hedendaagse Brugse realiteit wil kennis maken, moet in de Bleekersstraat binnenlopen in het Café Vlissinghe dat wel eens het oudste café van het land wordt genoemd. Vast staat dat het pand in 1583 werd opgeknapt en omgebouwd tot herberg en dat sindsdien onafgebroken is gebleven. Het huidige interieur stamt wel uit de vorige eeuw. Vooral 's winters is de Vlissinghe een oergezellige kroeg.

Jeruzalemkerk (Kerk van het Heilig Kruis en van het Heilig Graf)
De bouw van deze merkwaardige kerk was een privé-initiatief van humanist Anselm Adornes, een welgestelde Brugse zakenman van Genuese afkomst. Hij liet het gebouw ter gelegenheid van zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem optrekken, naar het voorbeeld van de Heilige Grafkerk in Jeruzalem.

De gebrandschilderde ramen die de leden van de familie Adornes met hun patroonheiligen voorstellen, zijn de oudste van de stad. Midden in het interieur dat een zekere huiselijkheid uitstraalt, trekt de tombe van het echtpaar Adornes alle aandacht. Wat de Bruggelingen liet besluiten dat de kerk eigenlijk het grootste grafmonument van de stad is.

Anselm Adornes liet naast de kerk ook een groot woonhuis bouwen en twaalf godshuizen waar behoeftige families konden wonen. Zes van die huizen trotseerden de tijd en bieden nu onderdak aan het Kantmuseum.

In het Museum voor Volkskunde gevestigd in acht 17e-eeuwse Godshuisjes in de Balstraat krijg je een beeld van het Brugse stadsleven in armoediger tijden.

Groeningemuseum
Museum voor Schone Kunsten met Belgische schilderwerken van de vijftiende tot en met de twintigste eeuw. Het museum is vooral bekend om zijn verzameling Vlaamse Primitieven met werken van onder andere Jan van Eyck, Hugo van der Goes, Hans Memling en Gerard David. In 2003 werden de zalen van het museum volledig vernieuwd.

Gruuthusemuseum
Het Gruuthusemuseum is gevestigd in het 15e-eeuwse paleis van de heren van Gruuthuse. Het museum stelt een grote hoeveelheid wandtapijten en gebruiks- en siervoorwerpen tentoon. Je krijgt zo een beeld van het leven in een Brugs paleis tussen de vijftiende en negentiende eeuw. Één van de blikvangers is de 18e-eeuwse guillotine die je in de wapenzaal kan zien.

Chocolade Museum
België en chocolade zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Chocolade Museum geeft een antwoord op al je chocoladevragen en brengt de 2600-jarige geschiedenis van deze bruine lekkernij tot leven in woord, beeld en smaak.

Het museum dompelt je onder in de boeiende wereld van chocolade en laat je een zintuiglijke reis doorheen de tijd beleven, waarbij je niet alleen kijkt, maar ook ruikt en proeft.

Frietmuseum
Vraag buitenlanders waar ze spontaan aan denken bij België en je krijgt ongetwijfeld friet te horen. En sinds mei 2008 is Brugge de trotse bezitter van een frietmuseum, het enige museum ter wereld gewijd aan deze populaire snack. Het museum is ondergebracht in de 14e-eeuwse Saaihalle in het hartje van de stad.

In het museum krijg je antwoorden op vragen als: Wat is de oorsprong van de aardappel? Is de friet in België ontstaan? En wat is het geheim van een goed gebakken friet? Na afloop van je bezoek kan je frietjes proeven.

Lumina Domestica (Lampenmuseum)
Lumina Domestica, het grootste museum van de binnenhuisverlichting ter wereld, is gevestigd in het mooi gerenoveerde 'Groot Aecken' uit 1830 en beschrijft de geschiedenis van de strijd van de mens tegen de duisternis aan de hand van meer dan 6000 oude verlichtingstoestellen.

Foto: Jan Darthet, Toerisme Brugge

Onze partners