donderdag 19 januari 2012 om 14u33
- Toegegeven, het was met loden schoenen dat ik naar de voorstelling van Nic Balthazars nieuwste film trok. Raar, eigenlijk: in de doorsnee Amerikaanse blockbuster vallen de lijken bij bosjes, maar een film over een zieke mens die voor een waardig einde in zijn eigen bed kiest, dat ligt dan weer gevoelig.
Maar ja, grote emoties, daar heeft ondergetekende het altijd wat moeilijk mee. Niet zo de piepjonge reportertjes die vóór de voorstelling allerlei BV’s een grote micro onder de neus duwden. ‘Wat is voor u geluk?’ hoorde ik hen aan Pieter Loridon vragen, die aan het snoepkraam net een aanslag op de zure beertjes pleegde. ‘En wat zou u doen in uw laatste uur?’ Acht jaar en dat stelt existentiële vragen waar deze grote mens zich voor geneert: respect!
En dan de film; kleine hartjes en mensen die graag de kop in het zand steken wezen gewaarschuwd: het verhaal van Mario Verstraete, MS-patiënt en de eerste zelfverklaarde Bekende Stervende Vlaming blijft serieus aan de ribben plakken. Toch is het eerder een film over levenslust en vriendschap dan over doodgaan, dat zindert uit elk beeld. En hoe er geacteerd wordt!
Met het beeld van de echte Mario voor ogen vond ik het aanvankelijk raar dat Koen De Graeve was uitverkoren om hem gestalte te geven. Tussen Mike, de slagersknecht uit Vlees en bloed, en Mario moet een gewichtsverschil van zo’n 30 kilo liggen. Maar meer dan dat: Koen ís Mario, zonder daarom in imitatie te vervallen. En de hele cast is formidabel, je merkt dat iedereen z’n eigen emotionele bagage heeft bijgedragen.
Eén scène is voor altijd op mijn net vlies gegrift: die waarbij Viviane De Muynck (moeder Verstraete) als een eigentijdse piéta met haar zo goed als naakte, hulpeloze volwassen zoon in de armen op de rand van het bad zit.
Gaan kijken, zou ik zeggen en dan de rest van het jaar niet meer over futiliteiten mekkeren.
Linda Asselbergs


