Geweven wandkleedje

04/10/17 om 11:56 - Bijgewerkt om 11:55

"Niets is leuker en geeft meer voldoening dan zelf iets maken", zegt ontwerpster en creatieve duizendpoot Eva Verbruggen. Ze deelt graag haar technieken en ideeën. Zoals deze originele geborduurde broche en het decoratieve wandkleedje.

WAT HEB JE NODIG?

frame van 30 x 40 cm (voor schildersdoek)

meetlat en potlood

32 spijkers (kopje van 2 mm)

hamer

bolletje katoendraad

schaar

karton (5 x 30 cm)

rond stokje (30 cm lang x 1 cm diameter, in de doe-het-zelfzaak)

wol in verschillende kleuren

weefnaald (naaiwinkel)

vork

3 stukken karton (5 cm breed; 25, 16 en 8 cm lang)

een streng viltwol

tak (ca. 35 cm)

ZO MAAK JE HET

1. Maak eerst het weefraam. Trek met potlood een horizontale lijn in het midden van de korte boven- en de onderlat van het frame. Zet een verticaal streepje precies in het midden van elk latje en teken dan afwisselend links en rechts een streepje op 1 cm van het vorige, tot je er 16 hebt. Sla er telkens een spijker in. Doe dit zowel boven- als onderaan.

2. Span de kettingdraden op: knoop de katoendraad onderaan links rond de eerste nagel en vandaar rond de eerste nagel bovenaan en dan weer naar onderen rond het tweede nageltje. Ga zo verder tot het eind van de rij. Wikkel de draad vrij strak rond de nageltjes. Eindig onderaan weer met een knoop. Dan blijft er bovenaan één nageltje over zonder draad.

3. 'Weef' het stuk karton (30 cm x 5 cm) tussen de draden, telkens op en onder een draad. Schuif het karton tot tegen de onderste rij nagels.

4. 'Weef' ook het ronde stokje tussen de draden, telkens onder en op een draad, maar tegengesteld aan het karton. Je hebt nu extra spanning op je kettingdraden.

5. Nu kan je weven. Knip een draad van ca. 1 m (liefst dezelfde als die waarmee je de strengen gaat knopen, zie verder), trek hem door het oog van de weefnaald. Start in het midden van het weefraam, weef afwisselend op en onder een kettingdraad. Trek de draad door, duw het losse eindje naar achteren (ca. 10 cm). Gebruik de vork om de draad naar onderen te 'kammen'. Keer terug, maar hou de zijkant losjes, anders versmalt je werk.

6. In één richting kun je de dikte van het stokje gebruiken om sneller te werken (het houdt immers de helft van de draden omhoog).

7. Gebruik na elke rij de vork om de draden naar onderen te duwen.

8. Weef ca. 1 cm op deze manier. Eindig in het midden, trek het einde van de draad naar achteren.

9. Knoop nu enkele rijen met franjes.

10. Wikkel de draad enkele keren losjes rond het karton van 25 cm, knip alles onderaan door. Neem twee draden, plooi ze dubbel, leg de lus op de eerste twee kettingdraden. Laat de uiteinden langs onderen tussen de twee weefdraden naar boven komen. Trek de uiteinden gelijk, schuif de draden naar beneden tot tegen het weefwerk. Herhaal met de volgende twee kettingdraden tot de rij vol is. Sla in de tweede rij de eerste kettingdraad over zodat de knopen elkaar steeds overlappen.

11. Rij drie: gebruik een andere kleur en het karton van 16 cm om de franjedraden te nippen. Gebruik twee draden om te knopen (aan te passen volgens de dikte van de wol).

12. Rij vier: gebruik een derde kleur en het karton van 8 cm om de strengen te knippen.

13. Knip een stuk wol af, weef een volgend stukje (zie begin). Knip als de weefdraad op is een nieuw stuk af, ga verder waar je gestopt bent (altijd ergens in het midden van je werk), duw de losse eindjes naar achteren.

14. Weef voor een vloeiende beweging in het weefwerk niet steeds over de hele breedte maar tussen een paar kettingdraden heen en weer. Zo bepaal je zelf waar je meer 'dikte' wil.

15. Weef je met dikke wol, dan krijg je vanzelf reliëf. Dat effect kun je versterken door heel los te weven en aan de voorkant de weefdraad lichtjes naar boven te trekken. Doordat je verder weeft, gaat het geheel vastzitten.

16. Knip voor de vlecht een stuk viltwol af (ca. 90 cm). Splits de wol in tweeën als het een erg dikke streng is.

17. Weef het ene uiteinde van de wol links in tussen een paar kettingdraden (een vijftal).

18. Neem het lange stuk wol en sla over de volgende kettingdraad. Draai onder en rond de kettingdraad, haal de wol weer naar boven (maak dus een lusje rond de kettingdraad). Herhaal, maar sla twee kettingdraden over, neem de derde. Haal over en trek langs onderen weer naar boven. Werk de rij af, en keer dan.

19. Ga nu van rechts naar links. Eerst de buitenste kettingdraad (leg de draad erop en haal langs onderen door). Herhaal telkens met de derde kettingdraad. Maak de rij af, zo ontstaat een vlecht. Draai het werk om, verstop het eindje viltwol onder de kettingdraden die je ziet.

20. Weef boven de viltvlecht verder tot ca. 5 cm van de bovenste rij nagels. Afhankelijk van de druk die je bij het kammen gebruikt, kan het weefwerk losser of vaster zijn.

21. Haal het stokje uit het werk. Draai het om, knoop de loshangende draden per twee vast, knip de eindjes af.

22. Doe de strengen onderaan omhoog, trek het karton eruit. Haal de lusjes van de kettingdraden voorzichtig van de nageltjes, knoop ze overlangs. Knip de twee uiterste draden los, knoop ze mee met de uiterste lussen. Trek elke knoop tot aan het weefwerk (niet te strak, anders vervormt het weefwerk).

23. Haal de lussen bovenaan van de nageltjes. Steek de tak door de lussen en hang het weefwerkje op.

24. Knip, indien nodig, de franjes nog even bij zodat ze even lang zijn.

TIP

Trek je weef- of inslagdraden niet te strak aan zodat je weefwerk niet versmalt.

Lees meer over:

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info