Vermeerderen door delen

12/04/17 om 16:00 - Bijgewerkt om 15:59

Een nuttig tuinierstalent is delen en vermenigvuldigen. Niet van natuurlijke getallen met vierkantswortels, maar van vaste planten met natuurlijke wortels. Zo blijven ze eeuwig jong en moet je alleen nog nieuwe soorten aankopen.

Het voordeel van vaste planten is dat je ze niet elk jaar opnieuw hoeft te zaaien of te kopen. Het nadeel is dat ze steeds meer ruimte innemen en er alles aan doen om elkaar de loef af te steken. In een met kennis van zaken aangelegde vasteplantenborder houden ze elkaar min of meer onder controle. Er lijkt al snel een soort natuurlijk evenwicht te ontstaan. Jarenlang vormt de border een harmonisch geheel. Tot de eerste valse noot weerklinkt.

Versleten hart

Van de meeste vaste planten vallen in een normale winter nog hooguit wat verdorde bladeren of geknakte bloeistengels te bespeuren. Populaire voorbeelden zijn sierplanten als witte aronskelk, sommige lupines en talloze hartlelies, in botanische kringen en de volksmond beter bekend als hosta's. In de moestuin geldt hetzelfde voor vaste groenten als zeekool, maagdenzuring en rabarber. Ze lijken morsdood, maar komen in de lente weer helemaal tot leven.

Tip: wacht niet tot de moederplant duidelijk begint te kwijnen. Een verjongingskuur om de zes jaar is meestal ideaal.

Rondom de moederplant ontwikkelen zich elk jaar nieuwe, sterke scheuten. Maar de groeikracht van de scheuten in het midden neemt geleidelijk af. Terwijl haar dochters floreren, is de moederplant uiteindelijk niet langer in staat om onkruid, schimmels en andere mee-eters onder de knoet te houden. Haar hart is versleten. Hoog tijd voor een drastische ingreep.

Wonderbare vermenigvuldiging

Een vaste plant delen levert doorgaans minstens vijf tot ruim twintig mooie dochterplanten op. Veel hangt af van de soort en de leeftijd van de moederplant. Wip de plant met behoud van zo veel mogelijk wortels uit de grond en steek met een spade alle delen van de kluit met gezonde, krachtige scheuten af. De rest gaat op de composthoop. Scheur de overblijvende delen nu gewoon met de hand tot de gewenste grootte. Hoe minder beschadigde wortels, hoe beter, althans volgens de handboeken. Dat klinkt redelijk, maar in de praktijk luistert het niet zo nauw. Verwijder wel het onkruid en laat zeker geen stukjes wortel zitten van paardenbloem, brandnetel, heermoes, kweekgras en andere lastige klanten. Vroeg of laat duiken die wellicht weer tussen je vaste planten op, maar je kunt op die manier proberen dat zo lang mogelijk uit te stellen.

Zo moeder, zo dochter

Tip: Vervang een oude moederplant door een viertal dochters. Laat na één of twee seizoenen alleen de sterkste staan.

Ik vermeerder vaste planten meestal in maart of april, als de nieuwe scheuten net komen piepen. Andere tuiniers verkiezen het najaar. Veel maakt het niet uit en het lukt zelfs in de zomer, al is het dan wel aangewezen om eventuele bloeistengels te verwijderen. De dochterplanten kunnen meteen weer de grond in, het liefst samen met een handvol bladaarde of compost. Door in het eerste seizoen alle bloeistengels weg te knippen, zorg je ervoor dat de plantjes al hun energie besteden aan de ontwikkeling van stevige wortels en nieuwe scheuten. Van vaste groenten als rabarber oogst je het eerste jaar weinig tot niets. Zo worden de dochters op hun beurt gezonde moeders van een nieuw kroostrijk plantengezin.

Klonen van andermans kweek

Het resultaat van al dat vermenigvuldigen door te delen is dat mijn tuin intussen vol klonen van eigen kweek staat. Maar natuurlijk is het leuk om af en toe met andere soorten of variëteiten te experimenteren, zeker bij de aanleg van een nieuwe vasteplantenborder.

Neuzen in tuinboeken, surfen naar tuinsites, slenteren door tuincentra: ik kan er maar niet genoeg van krijgen. Niettemin blijven borders van vrienden, familieleden en vooral buren mijn favoriete bron van nieuwe vaste planten. Soorten die het in je buurt duidelijk goed doen, zullen hoogstwaarschijnlijk ook in je eigen tuin gedijen: zowel de bodem als het klimaat is bijna identiek. Het enige nadeel van het klonen van andermans kweek is dat de oorspronkelijke eigenaar de juiste naam van de soort of variëteit in kwestie vaak allang is vergeten. Ik weet graag welk vlees ik in de kuip heb, maar ondanks behoorlijk wat speurwerk kom ik daar toch niet altijd achter. Maar goed, een gegeven plant kijk je niet in de kelk.

Tekst en foto's Gabriël Depauw

Lees meer over:

Onze partners