Ontwerper van natuur

25/06/14 om 10:23 - Bijgewerkt om 10:23

Bron: Knack Weekend

Michel Geys is tuinaannemer, maar beperkt zich tot het zaaien en planten van een natuurrijke tuin.

Ontwerper van natuur

Een pure groene tuinaannemer, het kan. Michel Geys bewijst het, al was het ook voor hem een groeiproces. Maar het is nu toch al enkele jaren geleden dat het bedrijf dat hij samen met zijn broer uitbaat, nog een tuinopdracht aanvaardde waar ook verhardingen en constructies moesten worden uitgevoerd. Voor hem tellen alleen nog de planten, en dan liefst nog planten die voor een natuurlijke invulling en aankleding zorgen. Als je door hem aangelegde tuinen bezoekt, vallen in de eerste plaats vooral de bloemenweiden op. De bloeiende kruiden, orchideeën incluis, staan elkaar te verdringen dat het een lieve lust is. Het is zijn alternatief voor de vaak te grote gazons die alleen maar verplichten tot maaien.

Natuurlijk, maar geordend

Michel denkt en ademt natuur. Het begon allemaal in zijn kinderjaren, toen vogelvangst nog mocht en vissen en jagen doodgewoon was. De kleine Michel mocht af en toe mee met buren die van die bezigheden hun hobby hadden gemaakt. Vogelvanger, visser of jager is hij nooit geworden, maar de kennis die hij doorgespeeld kreeg over alles wat leeft, vliegt en zwemt, vormde de basis van zijn latere groendenken en -doen, met inbegrip van een opleiding tuinarchitectuur.

"Natuur kan er nooit genoeg zijn. In het verstedelijkte landschap moet ze groene eilandjes vormen en zo vlinders en vogels de kans geven om zich over grote afstand te verplaatsen of er zich thuis te voelen", stelt hij. Tuinen met alleen maar siergrassen of gedomineerd door buxuswolken kunnen die functie niet vervullen. Natuurlijke tuinen wel. Wilde tuinen wil hij ze absoluut niet noemen. "Denk niet dat een meer natuurlijke tuin er wild en onverzorgd moet uitzien. Het is logisch dat de voortuin en het bij de woning aansluitende gedeelte van de achtertuin orde en structuur hebben. Hagen helpen daarbij. Meer naar achteren mag het er eventueel allemaal wat losser toegaan", vat hij zijn visie op inrichting van tuinen samen.

Voer voor vogels en vlinders

De keuze aan planten die hij zijn klanten voorstelt, moet voor hem aangepast zijn aan grondsoort en terreinomstandigheden, maar daar voegt Michel nog een dimensie aan toe: de aantrekkingskracht op dieren en dan voornamelijk vogels. In de door hem aangelegde tuinen vind je zonder meer een grote variatie aan bes- en vruchtdragende bomen en heesters. Daartoe horen voor de hand liggende soorten als liguster, lijsterbes en vogelbes, maar ook soorten als Gelderse roos en sierappeltjes 'Professor Sprenger' en 'Red Sentinel', die minder gesmaakt worden maar wel nuttig zijn. "Ik tracht het hele jaar door in eten voor de vogels te voorzien en daarin spelen ook die planten een rol. De lekkerste vruchten worden al vroeg in de winter gegeten, de minder lekkere blijven hangen tot maart. Het helpt vogels door een echte hongerwinter, maar heeft ook voordelen voor de tuineigenaar. Die late bessen en vruchten maken de tuin een hele winter lang bekoorlijk", legt Michel uit.

In de door hem aangelegde tuinen bespeelt hij een rijk assortiment planten en hij durft tegelijk te voorspellen welke vogels ze naar de tuin zullen halen. In zijn eigen tuin staat de teller van gespotte tuinvogels ondertussen op 75 soorten, met als uitschieters kruisbek, kramsvogel, houtsnip, ijsvogel en grote witte zilverreiger. En elk hebben ze hun favoriete plant aan hem verraden. Toegegeven, Michel zorgt voor de nodige verleiding. Zo prikt hij in de winter wel eens een bussel verdroogde bloemstengels van teunisbloem in het gazon om distelvinken en barmsijs te laten neerstrijken of weet hij met takken Gelderse roos de pestvogel tot dicht bij het keukenraam te lokken.

Ook vlinders laten zich verleiden door zijn bewuste plantenkeuze. Vlinderstuik trekt gegarandeerd een grote verscheidenheid gevleugelde tuinjuwelen aan, maar dat hij ook de zeldzame kolibrievlinder weet te verschalken door het planten van de mooie kansenboom (clerodendron) bewijst zijn meesterschap.

Een duwtje in de rug

De kleurrijke bloemenweiden vormen een verhaal apart. Twintig jaar lang experimenteerde Michel met proefveldjes in zijn eigen tuin, allemaal met een andere dominerende grondsoort door de teelaarde gemengd en dus met andere invloeden op wat er groeit en hoe. Er werd ook druk gezaaid en gemaaid. Maar om wilde orchideeën in de eigen tuin te krijgen, volstond het niet. Daar was medewerking van de natuur zelf voor nodig. Die kwam dankzij enkele graszoden uit een tuin waar ze al weeldering bloeiden. In de aarde zaten nuttige schimmels, mycorrhiza, die door symbiose het kiemen van orchideeënzaden en het groeien van deze bijzondere planten mogelijk maken.

Het zou toch nog zes jaar duren vooraleer de eerste orchissen de kop opstaken: gevlekte orchis, rietorchis en moeraswespenorchis. Vanaf dan kwamen er steeds meer en werden ze steeds sterker. Ze migreerden op eigen kracht door de tuin, waarbij ze hun eigen favoriete weg volgden. Michel transfereert ze nu ook naar andere tuinen. Vervalsen van de natuur noemt hij het niet. "De orchideeën zouden er mogelijk ook wel zonder menselijke tussenkomst ooit - maar wie weet wanneer - spontaan terecht komen. Ik versnel het proces alleen maar", lacht hij.

Idem voor ratelaar. Deze eenjarige plant heeft namelijk erg zware zaden en kan op die manier maar bij mondjesmaat terrein winnen, laat staan nieuwe tuinen veroveren. Het is nochtans een absoluut hebbeding voor bloemenweiden. Ratelaar is namelijk een halfparasiet die leeft op wortels van grassen. Die verzwakken dus, waardoor kruiden meer kans tot groeien en bloeien krijgen.

Vierhonderd miljoen jaar evolutie

De tuinliefhebbers die het meest achter de werkwijze van Michel staan om meer natuur in de tuin te halen, vind je vooral onder jonge gezinnen en hoger opgeleiden. Groendeskundig zijn ze zelden, maar voorkennis of niet, Michel gidst potentiële natuurtuinbezitters door zijn visie. Daarbij horen bezoeken aan tuinen die passen bij het door de klant gewenste tuinconcept. Pas dan volgt het gesprek over de concrete uitwerking en realisatie. Vooral het feit dat een natuurlijke tuin, en zeker een bloemenweide, tijd nodig heeft om een stabiel evenwicht te vinden, legt hij omstandig uit. Michel heeft echter wel een trucje om de bloemenweide er al vanaf het eerste jaar na de aanleg mooi en bekoorlijk te laten uitzien: rijkelijk wat eenjarige kruiden als papaver en lupinen zaaien, zodat de trager ontwikkelende, meer duurzame kruiden, de kans krijgen om zich in te nestelen.

Informeren en belangstelling voor natuur opwekken, daar maakt Michel een erezaak van. In zijn eigen achtertuin knabbelt hij wat aan de kwekerij waar plantgoed voor toekomstige tuinen groeit, want hij is sinds kort volop in de weer met een evolutietuin. Langs een slingerend pad komen bomen en planten die illustreren welke evolutie planten hebben doorgemaakt, van vierhonderd miljoen jaren geleden tot vandaag. Plantenmateriaal genoeg om alles te illustreren, van mammoetboom of sequoiadendron over ginkgo en taxus tot berk en hazelaar, om te eindigen in een tuin die laat zien hoe de nieuwe groentoekomst morgen wellicht wordt beleefd.

Info: Michel Geys, Heistraat 7, 2400 Mol, 014 815306, www.natuurtuinen.be, michelgeys@skynet.be.

Tekst Marc Verachtert Foto's Véronique De Walsche

Onze partners