Klimplanten als isolatie

30/11/16 om 17:04 - Bijgewerkt om 17:03

Laat klimplanten tegen je woning groeien: het is mooi en heeft een ecologische meerwaarde. Ook meegenomen: een besparing op je energiefactuur.

Klimplanten als isolatie

Klimop drukt zich als een deken tegen de gevel. © marc verachtert

Een studie van de Technische Universiteit Delft legt feiten op tafel: het effect van klimplanten tegen de woning is vergelijkbaar met de isolatiewaarde van dubbelglas. Klimop drukt zich als een beschermende jas tegen de bakstenen aan. De bladeren liggen als dakpannen over elkaar en voorkomen dat regen, sneeuw en wind de gevel afkoelen. Tegelijk houden ze een luchtlaagje gevangen, een kleine buffer voor de temperatuur. Dat effect speelt ook 's zomers. Omdat de zonnestralen worden weggehouden, warmen de muren minder op. Het verschil tussen een bedekte en een onbedekte muur bedraagt tot acht graden Celsius, zo stelde de TU Delft vast. Bijgevolg is er minder warmteopslag en reflectie naar terras, tuin, voetpad en/of straat. Klimplanten geven ook een vleugje koelte: ze verdampen vocht, tot twaalf liter per vierkante meter gevel, dat ze eerst uit de grond hebben opgezogen. Gevelbegroeiing levert dus een bijdrage aan het voorkomen van het hitte-eilandeffect, het onaangename opwarmen van de steden.

Elke muur zijn plant

Een bladverliezende plant als wingerd plaats je best tegen een naar het zuiden gerichte muur.

Een bladverliezende plant als wingerd plaats je best tegen een naar het zuiden gerichte muur. © marc verachtert

Vooral noord- en oost-georiënteerde muren hebben baat bij een aankleding met groene planten, het jaar rond. Zo zijn ze beschermd tegen koude wind en winterse neerslag. Een naar het zuiden gerichte muur kleed je aan met een bladverliezende klimplant, kwestie van hem 's winters te laten genieten van elk zonnig moment en 's zomers te beschermen tegen felle zonneschijn.

Met door slagregen geteisterde westgevels kan je alle kanten uit. Bladverliezers komen in blad bij de eerste voorjaarsbuien en houden hun bladparaplu vast tot het najaar overgaat in de winter. Klimop en andere groenblijvers hebben een streepje voor. Ze beschermen de stenen buitenmuur ook in de winter tegen vocht en dus afkoeling. Voorwaarde is wel dat de groenwand zo goed als aansluit tegen de kroonlijst. Als dat niet het geval is, druipt de regen die op het onbedekte gedeelte terechtkomt achter de bladbedekking, en blijft de muur lang vochtig.

De hechtworteltjes van klimop en de zuignapjes van bijvoorbeeld wingerd halen geen vocht of voedsel uit de muur. Ze dienen louter om zich vast te zetten.

Spontane en andere klimmers

Planten als klimhortensia hebben geen klimhulp nodig.

Planten als klimhortensia hebben geen klimhulp nodig. © marc verachtert

Klimop, wingerd en klimhortensia hebben geen hulp nodig: al enkele weken na het planten werken ze zich tegen de gevel omhoog. Klimop doet dat met hechtworteltjes die tot een halve centimeter lang worden. Ze zoeken steun in minuscule scheurtjes en openingen en nemen dan toe in dikte, tot ze voldoende knellen om hun twijg zonder veel vrije ruimte te fixeren. Wingerd en klimhortensia hebben zuignapjes die zich als brede vingertoppen vastzuigen op alles wat vast, voldoende breed en niet te rond is.

Niet-zelfhechtende planten als clematis vragen wel ondersteuning.

Niet-zelfhechtende planten als clematis vragen wel ondersteuning. © marc verachtert

Planten die wel een steuntje nodig hebben, zijnblauweregen en kamperfoelie, die zich rond voorwerpen winden of slingeren; en ook Trachelospermum (sterjasmijn), dat zich vlecht doorheen elk rasterwerk; en clematis, die zich net als druivelaars vastzet met draadvormige rankjes. Planten die zich hechten met gekromde doornen en haakjes, zoals ramblerrozelaars, gebruik je beter niet.

Klimhulpjes

Kies voor duurzaam materiaal dat minstens twintig jaar meegaat en flink wat gewicht kan torsen.

Kies voor duurzaam materiaal dat minstens twintig jaar meegaat en flink wat gewicht kan torsen. © marc verachtert

Opteer je voor niet-zelfhechtende planten, dan kan je niet zonder klimhulp. Kies voor duurzaam materiaal dat minstens twintig jaar meegaat en flink wat gewicht kan torsen. Behalve de plant zorgen ook regen, sneeuw en wind voor belasting, zeker als de klimmer volwassen is.

Handig te installeren is een raster in verzinkt of gecoat metaal, en een samenspel van roestvrije staaldraden die afhankelijk van de gekozen plant verticaal (voor windende planten) of gekruist (voor vlecht- en rankende planten) aan de muur worden bevestigd. Gebruik afstandshouders om de planten de kans te geven zich achter en rond de draden heen te werken. Ga daarbij niet ruimer dan vijf centimeter: een grotere afstand vermindert het isolerend effect van de luchtlaag tussen muur en plant.

Burenbezoek

Klimplanten voelen zich zelden of nooit geremd door een kroonlijst en gaan spontaan op bezoek bij een aanleunende woning. Perk je gevelplant dus tijdig in. Doe dat bij voorkeur in het midden van de zomer. Net als andere planten hebben klimplanten dan hun sterkste groei achter de rug en bereiden ze zich voor op het najaar, al dan niet met gekleurd herfstblad.

Creatieve tuinliefhebbers installeren weleens een in een omgekeerde U gebogen metalen profiel op de plaats waar ze hun klimplant niet hoger willen hebben. Dat dwingt omhooggroeiende twijgen om zich naar beneden te plooien. Maar jaarlijks terugknippen blijft nodig.

Hechtschijfjes van wingerd en klimhortensia blijven in de regel aan het oppervlak genesteld.

Hechtschijfjes van wingerd en klimhortensia blijven in de regel aan het oppervlak genesteld. © marc verachtert

Als je de klimplant niet tijdig inperkt, kan onder meer klimop zich onder kroonlijsten en dakpannen inwerken en schade veroorzaken. Hechtwortels van klimop en hechtschijfjes van wingerd en klimhortensia blijven in de regel aan het oppervlak genesteld. Verwijder je verankerde twijgen, dan kunnen loszittende voegen of baksteenschilfers meegetrokken worden. Nadat je zelfhechtende planten hebt weggehaald, blijven er altijd plantenresten achter.

De meest geschikte gevelplanten

Zelfhechtende klimplanten

Hedera, klimop (meerdere soorten en selecties): wintergroen, ook bontbladige soorten. Hechtwortels. Zon, schaduw en halfschaduw.

Hydrangea anomala subsp. petiolaris, klimhortensia: bladverliezend. Hechtschijfjes. Halfschaduw en schaduw.

Parthenocissus tricuspidata, wilde wingerd. Diverse cultivars: bladverliezend. Hechtschijfjes. Zon, halfschaduw als schaduw.

Schizophragma hydrangeoides, valse klimhortensia: bladverliezend. Hechtschijfjes. Halfschaduw en schaduw.

Bruidsluier is een echte woekeraar en niet geschikt voor kleine tuinen.

Bruidsluier is een echte woekeraar en niet geschikt voor kleine tuinen. © marc verachtert

Windende planten

Aristolochia durior, Duitse pijp of pijpbloem: bladverliezend. Zon en halfschaduw.

Fallopia baldschuanica, syn. Fallopia aubertii, Chinese bruidssluier: bladverliezend, erg opdringerige groei. Zon en halfschaduw.

Humulus lupulus 'Aureus', hop: bladverliezend. Zon en halfschaduw.

Wisteria floribunda en sinensis, diverse cultivars, blauweregen: bladverliezend. Liefst zon.

Spontane klimmers

Campsis radicans, trompetklimmer of trompetbloem (meerdere variëteiten): snelle, vrij wilde groeier, hecht zich vast met luchtwortels maar vraagt extra steun. Voorkeur voor volle zon.

Clematis armandii, groenblijvende bosrank: bladhoudend, hechtranken. Zon en halfschaduw.

Clematis montana, bosrank (meerdere variëteiten): bladverliezend en hoog opklimmend, hechtranken. Zon en halfschaduw.

Trachelospermum jasminoides, Italiaanse of Toscaanse jasmijn: groenblijvende, zich vlechtende plant. Zon.

Tekst en foto's Marc Verachtert

Onze partners