Klaar voor de voorjaarssnoei

08/03/17 om 15:44 - Bijgewerkt om 15:42

Als het gezang van een sirene lokt zelfs het waterigste winterzonnetje me nu onweerstaanbaar de tuin in. Gewapend met snoei-, heggen- en takkenschaar ben ik er helemaal klaar voor. De voorjaarssnoei kan beginnen.

Klaar voor de voorjaarssnoei

Er zijn bibliotheken over volgeschreven. Geen wonder dus dat snoeien veel mensen afschrikt. Toch hoef je er niet voor te hebben doorgestudeerd. Dat geldt zeker voor struiken en heesters die snel groeien, zoals vlinderstruik, hertshooi, gele of rode kornoelje en nagenoeg alle rozen.

Minder risico met wakkere planten

Het is een hardnekkig misverstand dat je bomen en struiken best snoeit wanneer ze indommelen of al in rust zijn. Vanaf het najaar dus. In feite zijn ze dan juist minder weerbaar. Snoeiwonden groeien traag of helemaal niet dicht en de planten zijn vatbaarder voor vorstschade en infecties. Dat ze er de hele winter keurig geknipt bij staan, weegt daar zeker niet tegenop. Bovendien ziet het er onnatuurlijk uit en berooft snoeien vóór of tijdens de winter vogels en andere beestjes van waardevolle schuilplaatsen. Er zijn uitzonderingen, maar snoeien in het voorjaar kan zelden kwaad en levert meestal ook veruit de beste resultaten op.

Vlinders in de struik

Vlinderstruiken snoei je best elk voorjaar flink terug.

Vlinderstruiken snoei je best elk voorjaar flink terug.

Een goed voorbeeld van een plant die je absoluut niet vlak voor of tijdens de winter mag snoeien, is de populaire vlinderstruik. Deze van oorsprong wellicht Chinese nectarplant, waarvan de bloemtrossen tijdens de zomer massa's vlinders lokken, doet het in onze contreien zo goed dat ze volledig is ingeburgerd en zelfs overal in het wild opduikt. Pas gesnoeide vlinderstruiken zijn echter uiterst vorstgevoelig. Daarom wacht je best met snoeien tot de kans op snijdende vrieskou nagenoeg nul is. Meestal is dat eind februari of begin maart.

Ik snoei mijn zes vlinderstruiken - twee met lichtpaarse, twee met donkerpaarse en twee met witte trossen die net iets later bloeien - radicaal tot op een hoogte van amper een halve meter. Alle horizontale en kruisende takken snoei ik terug tot op een knop die de gewenste richting uit wijst: naar boven en naar buiten. Doordat ik dat elk voorjaar doe, zijn de takken nooit echt dik en kan ik de klus met een gewone snoeischaar klaren. Die gebruik ik dan meteen ook om de oude takken te verknippen tot stukjes van een tiental centimeter die ik gewoon ter plaatse laat liggen. Dat kost me wat tijd en moeite, maar het spaart de messen en de motor van mijn energieverslindende en lawaaierige hakselaar. Daar heb ik zelfs een brandblaar voor over.

Snoeien doet groeien en bloeien

Bruin blauwtje (Aricia agestis). Spijklavendel is een echte vlindermagneet.

Bruin blauwtje (Aricia agestis). Spijklavendel is een echte vlindermagneet.

In de natuur wonen geen kabouters die, een vrolijk lenteliedje fluitend, de voorjaarssnoei voor hun rekening nemen. Is al dat snoeiwerk in de tuin wel nodig? Struiken en heesters kunnen toch ook zonder? Klopt, maar snoeien doe je dan ook niet in de eerste plaats voor het heil van de planten: je doet het om je tuin mooier en productiever te maken. Een ongesnoeide vlinderstruik groeit breed en warrig uit, wordt meer dan drie meter hoog en bloeit jaar na jaar steeds minder uitbundig. Veel struiken bloeien immers vooral of zelfs uitsluitend op één- of tweejarig hout. Regelmatig snoeien geeft ze een boost en fleurt ze op. Ze blijven als het ware eeuwig jong.

Met een elektrische heggenschaar is zelfs een lange lavendelhaag in een mum van tijd keurig gekapt.

Met een elektrische heggenschaar is zelfs een lange lavendelhaag in een mum van tijd keurig gekapt.

Juist daarom ga ik de struikvorm van hertshooi elk voorjaar zonder pardon met de handheggenschaar te lijf. De planten zijn dan zowat een meter hoog. Laag na laag knip ik telkens een vijftal centimeter weg tot er amper dertig centimeter overblijft. Hetzelfde doe ik met de lavendelhaag die de moestuin afboordt. Omdat de takken veel stugger zijn, gebruik ik hiervoor wel een elektrische heggenschaar. In beide gevallen voorkomt snoeien dat de heesters verhouten. Enkele maanden later staan de nieuwe twijgen dan borg voor een zee van botergele en lila bloemen. Een lust voor het oog.

Mag het iets minder zijn?

Door je tuin niet bomvol snelle groeiers te proppen, kun je het snoeiwerk fors beperken. Warm aanbevolen, als je het mij vraagt. Geef snelle groeiers in elk geval voldoende ruimte. Bij struiken als gele en rode kornoelje, bijvoorbeeld, mag je dan zelfs al eens een jaartje overslaan. Snoeien wordt daarna wel wat lastiger - zonder een stevige takkenschaar lukt het niet meer - en levert in één keer een massa snoeihout op. Je kunt niet alles hebben!

Tekst en foto's Gabriël Depauw

Onze partners