Een glooiend paradijs

27/06/13 om 17:02 - Bijgewerkt om 17:02

Bron: Knack Weekend

Waar ooit begonia's groeiden, creëerde sierteler Paul Van Damme een schitterende landschapstuin.

Een glooiend paradijs

Dat sierteler Paul Van Damme op een bepaald ogenblik zijn begoniabollen niet meer aan de straatstenen kwijtraakte, was achteraf bekeken een geluk - al kwam bij de afloop van het verhaal zeker ook een portie doorzettingsvermogen kijken. "Ik had de bollen kunnen weggooien, maar in plaats daarvan begon ik ze te verpakken en bood ik ze in winkels aan. Dat marcheerde zo goed dat ik een inpakbedrijf begon. We startten hier in Laarne op het ouderlijk sierteeltbedrijf, maar werden verplicht om naar de industriezone in Wetteren te verhuizen." Van die activiteit maakten ze hun levenswerk, tot Paul en zijn echtgenote Erna in 2004 beslisten om met pensioen te gaan.

"Maar ik wou niet zomaar stilvallen, daar was ik nog veel te jong voor. Dus beslisten we om op het oude sierteeltbedrijf de kassen af te breken en er een tuin aan te leggen." Dat afbraakwerk kostte drie maanden, de serres staan nu ergens in Polen opgesteld, op een paar na die ze lieten staan. "Tegelijkertijd stapten we naar landschapsarchitect Filip Van Damme, die het grote concept ontwierp. Ik hou van zijn sobere en klare stijl. In totaal hebben we hier een oppervlakte van één hectare, waaronder liefst 4000 m2 gazon. Alleen valt dat niet zo op, omdat het over de hele tuin verspreid ligt."

Druppelbevloeiing

Noem dit dus gerust een landschapstuin, met alle elementen die erbij horen. Grote plantpartijen, bijvoorbeeld. Tijdens ons bezoek zijn de indrukwekkende hortensiaborders bij de toegang uitgebloeid, maar ze snoeien doet Paul op de klassieke manier, pas in april. "Ik snoei zo hoog mogelijk: als je te diep insnijdt, krijg je allemaal broze jonge takken en die breken gemakkelijk in de wind", weet de voormalige sierteler. Hij heeft zelfs druppelbevloeiing aangelegd in die borders: "Veel werk, maar daarna heb je er ook veel plezier van. Hortensia's moeten water krijgen, maar als de zon schijnt, mag je niet op de bloemen gieten. Nu hoef ik maar enkel even het kraantje open te zetten, het water komt via de grond naar de planten."

De hortensia's zijn allemaal witte Annabelles. "Op donkere dagen lijkt het wel alsof ze licht geven", vindt Erna. Qua kleuren werd voor zachte, rustgevende tinten geopteerd. Rood is er weinig te vinden, Paul vindt dat je er moeilijk mee kunt combineren. In maart-april staan de voorjaarsbollen in bloei, straks komt de Potentilla, een van hun favorieten: "Een heel dankbare plant die weinig mensen kennen, hij bloeit erg lang en doet het hier uitstekend." Veel kleur komt in voorjaar en zomer van de vier bloemenweiden, elk zo'n 1200 tot 1500 m2 groot.

Op het snoeien van de halve kilometer hagen na doet Paul alles zelf in zijn tuin. "Maar dat valt best mee," beantwoordt hij mijn nog niet gestelde vraag, "zaaien in het voorjaar, mulchen in het najaar en het gras maaien. De vasteplantenborders zijn intussen toegegroeid, dus ook daar is niet zo veel werk aan. Bestrijdingsmiddelen gebruik ik zelden, alleen als ik een nieuw bloemenveld aanleg." Of hij nog veel planten bijkoopt? "Toch wel, we vernieuwen geregeld. Ik ben geen groot plantenspecialist, maar we lezen er wel boeken en magazines over, ook Nest natuurlijk. Vroeger bezochten we veel tuinbeurzen, nu houden we het op enkele, die van Beervelde bijvoorbeeld. Je vindt er soms zeldzame planten. En we maken ook wel eens een tuinreis."

Druivenserre

Niet alleen de beplanting maakt deze tuin uniek, maar ook de accessoires. Het prachtige hek aan de ingang is meer dan een eeuw oud. Het stond gewoon te verkommeren langs de weg tegen een muur. Paul en Erna kochten het, zandstraalden het en verfden het weer op. Tegen het huis staat een elegante druivenserre aangebouwd, overgebracht vanuit Overijse waar het vroeger wemelde van de druivenkwekers. Paul en Erna gaan er niet alleen zitten in de winter, de serre dient dan ook als oranjerie. Dicht bij het huis staat een nieuwe constructie die tijdens de fotosessie nog in aanbouw was: een ronde toren met een toelopend glazen dak. "Onze nieuwe buitenkeuken", zegt Paul trots. Weer helemaal zelf gemaakt, natuurlijk, compleet met ingebouwd fornuis.

De lente is nog lang niet aangebroken als we samen bij de houtkachel over de tuin zitten te praten, maar ik kan me inbeelden hoe het hier in de zomer moet zijn. Er zijn meerdere zithoekjes ingeplant, om op elk moment van de dag van de zon te kunnen profiteren. Grootbladige Catalpa's moeten dan weer de nodige schaduw leveren. Een paradijsje, merk ik op. Dat heeft Paul wel vaker gehoord: hij ontvangt geregeld groepen in zijn tuin, die hij ook persoonlijk rondleidt. En hij doet al jaren mee met Open Tuinen. Om vandalen en toeristen te weren vraagt hij een kleine toegangsprijs, die hij doorstort aan een goed doel. Want hier draait alles om liefde voor de tuin en gastvrijheid.

Info:

De tuin is te bezoeken op Open Tuinen 2013, tijdens het weekend van 29 en 30 juni.

Tekst Peter Vandeweerdt Foto's Véronique De Walsche / Artifix

Onze partners