De knotploeg stroopt de mouwen op

12/11/14 om 11:11 - Bijgewerkt om 11:11

Bron: Nest

Met z'n honderdtwintig zijn ze, de potige mannen die in het Brugse Houtland wilgen gaan knotten op andermans eigendom. Ze doen het voor het hout, maar tegelijk voor het behoud van een waardevol landschap.

De knotploeg stroopt de mouwen op

Knotwilgen zijn niet te missen in de groene rand van Brugge. Het zijn waardevolle landschapsbomen die grachten en perceelgrenzen markeren. Bovendien bieden ze schuilplaats aan allerlei dieren. Maar je moet ze wel om de zes tot zeven jaar knotten: hun soms omvangrijke stam is niet in staat om een zware kruin te dragen. Hij zou scheuren en splijten onder het gewicht van de takken.

Vroeger was dat regelmatige knotten geen probleem. Wilgenhout was gewild. Dunne wilgentenen waren favoriet vlechtmateriaal voor manden, wanden en matten, en ze werden zelfs gebruikt als funderingsmateriaal. Mooie rechte takken werden gereserveerd voor geriefhout en eenvoudige constructies, terwijl uit dik hout onder meer klompen werden gesneden. Wat geen bestemming kreeg, ging richting broodoven of haard. De groei van de wilgenkruinen werd daarom nauwgezet gevolgd, maar ook zorgvuldig gepland. Elk jaar werd een zevende van alle bomen geknot, zodat men nooit zonder hout kwam te zitten.

Prima houtleverancier

Vandaag is niemand nog afhankelijk van het wilgenhout. Bomen knotten is zelfs vaker een last dan een lust. Toch zijn deze bomen te waardevol om zomaar verloren te laten gaan. "Een knotbomenrij is een ideaal windscherm dat zorgt voor meer opbrengst op akkers en de graasomstandigheden voor vee verbetert. En de natuur zelf is gebaat bij het behoud van knotbomen. In de grillige stronken met hoog opgerichte takken wonen bovendien nuttige zweefvliegen en vlinders, bunzings en hermelijnen, gekraagde roodstaarten en steenuilen, tot en met vleermuisjes." Aan het woord is Dieter Willems, coördinator van de knotwerken in het Regionaal Landschap Houtland. Reden genoeg dus om initiatieven te nemen waardoor die knotwilgen in stand worden gehouden en hun aantal zelfs toeneemt.

"Belangrijk daarbij is dat we hulp bieden bij het knotten van de bomen", vervolgt Dieter Willems. "We doen dat niet zelf, maar fungeren als datingbureau tussen eigenaars van bomen en personen die geïnteresseerd zijn in het brandhout." En al heeft wilgenhout dan niet zo'n goede naam als brandhout, het is wel degelijk gegeerd. De energiekwaliteiten van wilgenhout worden al te vaak onderschat. Het geeft meer warmte dan gewone spar en den, en heeft bij gelijk gewicht - en dus niet volume - dezelfde warmte-efficiëntie als eik en beuk. Wilg is echter vooral sterk in het snel afgeven van warmte. Dat is een pluspunt bij het gebruik van speksteenkachels en voor het snel opwarmen van bijvoorbeeld een eet- of woonkamer in het voor- of naseizoen.

Datingbureau voor zagers

Op de datinglijst staan niet minder dan honderdtwintig houtliefhebbers en bijna driehonderd eigenaars, met in totaal vijfduizend bomen die werden geknot in amper zes jaar. "Met een omlooptijd van zeven jaar komen de bomen van het eerste jaar nu terug in aanmerking om geknot te worden. Vroeger heeft niet veel zin, want dan is er te weinig houtopbrengst," zegt Dieter Willems. Bij 'zijn' knotters zitten mensen van alle leeftijden en, op een enkele uitzondering na, allemaal eigenaar van een hout- of speksteenkachel.

Karel Windels mag zich met 35 jaar knotervaring ancien noemen. "In mijn beginjaren als vrijwilliger bij de Wielewaal gebeurde het knotten nog met zaag en bijl", glimlacht hij, terwijl zijn motorzaag stand-by draait. Hij bracht vandaag Jan Vandevelde mee, een nieuwkomer in de houtwereld. Knotten is namelijk geen eenzame arbeid. Het gebeurt in duo's en trio's, waarbij de zager assistentie krijgt van 'voetvolk'. Met lange stevige touwen trekken zij moeilijk ingeplante takken in de gewenste richting. Ze kappen zijtakken van het gevelde hout en stapelen op lengte gezaagde stammen op de meegebrachte aanhangwagen. In ruil krijgen ze een deel van de houtopbrengst.

Daar is het ook Jan Vandevelde om te doen. "Sinds dit jaar hebben we een speksteenkachel in huis; uit Polen meegebracht. Ik zal dus nogal wat hout nodig hebben." Dat valt mee, leert hij van de anderen. Hout van zeven goed uitgegroeide bomen volstaat om een gemiddeld huis een winter lang mee te verwarmen. Met 49 bomen rond een erf of tuin is een eigenaar dus zelfvoorzienend wat houtvuur betreft.

Veilig werken

Bjorn Vandyck is hier samen met zijn vader Johan. Zijn motivatie: werken met de motorzaag. In aanvang kwam de houtopbrengst op de tweede plaats, maar intussen ligt er thuis een flinke stapel te drogen: "Vooraleer wilgenhout echt goed brandt en volop zijn warmte afgeeft, moet het toch twee jaar liggen." Hun veiligheidsuitrusting is indrukwekkend: helm met gelaatsbescherming, werkhandschoenen met een stevige grip, kleding met zaag- of snijprotectie en veiligheidsschoenen met grove profielen op de zool. "Het gebeurt zelden dat meerdere teams op één terrein werken", vertelt Dieter. "Vandaag is een uitzondering, maar deze landschapstuin en de omringende landerijen zijn zo groot dat we elkaar niet hinderen en het tegelijk is het een passende slotactiviteit van een jaar knotten."

Toch wordt telkens luid - boven het geluid van de zagen uit - geroepen als weer een zware tak valt. "In zes jaar tijd hebben we slechts enkele kleine ongevallen gehad, beschadiging van een omheining en dergelijke. Lichamelijke letsels gelukkig nooit." Houtland biedt zijn knotters trouwens een extra clausule aan op hun eigen familiale verzekering. Voorwaarde is wel dat ze beschermkledij dragen en geen risico's nemen, en dat ze deelnemen aan een cursus over het werken met de motorzaag.

Tussen alle knotwerk door is er koffie... Vooral de zagers hebben er nood aan. Zagen is geconcentreerd werken en de vingers moeten op tijd en stond opnieuw doorbloeden na het ingespannen vasthouden van de houtvretende motorzaag. De machine moet trouwens ook afkoelen en bijgevuld worden. De rustpauzes zijn hét moment om van gedachten te wisselen over al gedane knotprestaties, hoeveelheden verzameld hout én het mogelijke verbod van gebruik van synthetische olie in de motorzaag wanneer in natuurgebieden wordt gewerkt. "Nochtans morsen we niet met olie en brandstof, hoe kan er dan sprake zijn van verontreiniging van natuur- en grondwater?", luidt de vraag. Over de geluidslast van de brullende motoren van de zagen praat niemand.

Werken zonder afval

Er wordt continu opgeruimd. Knotters van Houtland engageren zich om het takhout op een grote hoop te leggen of te stapelen in een takkenril, zodat de tuin netjes achterblijft. Een aantal grondeigenaars versnippert het achterblijvende hout en gebruikt het als bedekkingsmateriaal of composteert het met mondjesmaat met groenafval. Maar niet iedereen ziet het zitten om een hakselaar te huren. "Misschien kunnen we in de toekomst een snipperservice aanbieden als aanvulling op het knotwerk", hoopt Dieter Willems. Met deze service wil hij het de landeigenaars nog makkelijker te maken om de knotwilgen te houden of, beter nog, aan te planten.

Plantgoed is er trouwens genoeg. Elke mooi rechte wilgenstok van ongeveer drie meter lang en tien centimeter dik is potentieel een nieuwe boom. "Tijdens landschapsacties hebben we dit soort pootmateriaal al verdeeld, en sommige knotters leggen het wel eens opzij voor landbouwers. En je hebt ook eigenaars van grotere tuinen die een eerste rij knotwilgen willen planten en zo een bijdrage leveren tot landschaps- en natuurontwikkeling."

Naast Houtland bieden ook andere Regionale Landschappen een knotservice aan. Het gaat om Voorkempen, Groene Corridor, Haspengouw en Voeren, Pajottenland en Zennevallei, Vlaamse Ardennen, Kleine en Grote Gete, Meetjesland, IJzer en Polder, Zuid-Hageland. De omschrijving van al deze gebieden, meer uitleg over de werking en contactgegevens vindt u via www.regionalelandschappen.be.

Tekst Marc Verachtert Foto's Marc Slootmaekers

Onze partners