Tafelkleedgewichtjes

04/07/16 om 17:30 - Bijgewerkt om 17:30

Soms waait het tafelkleed weg met de wind. Of het blijft gewoon van de tafel schuiven. Met deze zelfgehaakte gewichtjes verhelp je dat euvel én je geeft je tafel meteen een persoonlijke toets.

Dit heb je nodig:

Keitjes, langwerpig of rond

Haakkatoen

Haaknaald (nr. 2,5 of 3)

Schaar

Stopnaald

Klemmetjes (bijvoorbeeld Riktig gordijnhaken met klem van Ikea)

Zo ga je te werk

Het basismodel

Toer 1: Haak 6 vasten in een magische ring. Trek de ring toe.

Toer 2: Haak in elke vaste 2 vasten (= 12 v). Gebruik een draadje in een andere kleur om het begin van de toer te markeren.

Toer 3: Haak 2 vasten in elke 3de vaste (= 16 v).

Toer 4: Haak 2 vasten in elke 4de vaste (= 20 v). Meet of je keitje erin past. Hecht het begindraadje af;

Toer 5-12: Haak 20 v in elke toer. Is je keitje langer, haak dan nog enkele extra toeren, tot het punt dat het keitje versmalt. Stop het keitje erin en haak zo verder.

Toer 13: Haak elke 4de en 5de vaste samen (= 16 v).

Toer 12: Haak elke 3de en 4de vaste samen (= 12 v)

Toer 14: Haak 12 v.

Toer 15: Haak telkens twee vasten samen (= 6 v).

Toer 16: Haak 2 vasten in elke tweede vast (= 9 v).

Toer 17-18: Haak 9 v.

Toer 19: Haak 6 lossen (of meer, afhankelijk van de klemmetjes die je gebruikt), daarna 9 vasten in de vasten van de vorige toer en 6 à 10 vasten (of meer) in de lus. Haak een halve vaste in de volgende vaste. Knip de draad af (ca. 15 cm) en haal 'm door de lus op de haakpen. Werk het draadje weg en bevestig het klemmetje.

Tip: je kan spelen met de kleuren en er bijvoorbeeld een streepje inhaken. Of werken met katoen die van kleur verandert. Of - voor gevorderde haaksters - haak verschillende kleurtjes in een spiraal.

Variante 1: met gaatjes

Toer 1 t.e.m. 7: Haak zoals het basismodel, maar eindig toer 7 met een half stokje.

Toer 8: Begin met een stokje in de eerste steek. Daarna: 1 losse en 1 stokje in de derde steek, en zo verder tot het einde van deze toer. Je slaat dus telkens een steek over. Je eindigt met een losse.

Toer 9: Idem als toer 8.

Toer 10: Idem als toer 8, maar eindig met een half stokje i.p.v. een losse. Is je keitje langer, kan je nog een extra toer met gaatjes haken.

Toer 11-12: Haak 20 v in elke toer.

Werk verder af zoals het basismodel.

Variante 2: mini-netje

Maak een opzetlus en haak 6 lossen. Haak een halve vaste in de eerste losse om een ring te vormen.

Haak 4 lossen en 1 vaste in de ring. Je hebt nu een eerste lus. Herhaal dit 3 keer. Haak nog eens 4 lossen en een vaste in de eerste lus.

Haak 5 lossen en 1 vaste in het volgende lusje. Herhaal dit 4 keer.

Haak 6 lossen en 1 vaste in het volgende lusje. Herhaal dit tot het keitje er bijna volledig in past. Laat het keitje zitten. Vind je 6 lossen te veel, ga dan gewoon door met 5 lossen.

Haak 5 lossen en 1 vaste in het volgende lusje. Herhaal dit 4 keer.

Haak 4 lossen en 1 vaste in het volgende lusje. Herhaal dit 4 keer.

Haak 2 lossen en 1 vaste in het volgende lusje. Herhaal dit 4 keer.

Haak 1 vaste in elk lusje. Als het goed is het netje nu gesloten.

Haak 8 lossen. Haak een vaste aan het begin van de lossen om de ring te sluiten.

Haak 10 à 12 vasten in de ring (net zoveel als nodig is om een mooie, stevige lus te hebben. Eindig met een halve vast. Knip de draad af (ca. 15 cm) en haal 'm door de lus op de haakpen.

Werk de eindjes netjes weg.

Bevestig aan een klemmetje.

Tip 1: Dit mini-netje is het mooist met contrasterende kleuren: donkere kei met lichte katoen, of omgekeerd.

Tip 2: Vind je de kleur van de kei niet mooi, dan kan je 'm altijd in een mooie kleur verven.

Tekst Hilde Verbiest foto's Diane Hendrikx

Onze partners