Haken: de basis

29/03/17 om 17:44 - Bijgewerkt op 31/03/17 om 09:17

Met deze basissteken kan je al een flink haakwerk maken. Zoals de cactussen die je in het aprilnummer van Nest zag. De beschrijvingen staan elders op onze site.

Haken: de basis

cactussen haken © Bieke Claessens

1. Opzetlus maken

Haken: de basis

Maak een lus. Steek de naald door de lus en pak de draad op die naar de bol loopt.

Trek de draad door de lus. Trek zachtjes aan beide uiteinden tot de knoop tegen de naald ligt.

Je bent klaar om te starten.

2. Een losse haken

symbool: 0

Voor de meeste haakwerkjes begin je met een ketting van een aantal lossen.

Haken: de basis

Steek de naald door de opzetlosse of opzetlusje. Sla de draad in de aangegeven richting om de naald.

Haken: de basis

Trek een nieuwe lus door de lus op de naald. Je hebt nu een losse gehaakt.

Haken: de basis

Herhaal de vorige stap om een ketting van lossen te maken.

3. Gesloten ring van lossen haken

Haken: de basis

Om in het rond te haken, haak je eerst 4 lossen. Sluit daarna de ring met een halve vaste, zoals aangegeven op de tekening. Soms blijf je een klein gaatje zien.

Je kan je opzetlus ook als 'ring' gebruiken en zonder beginlossen, onmiddellijk aan je eerste toer beginnen. Nadat je je eerste toer gesloten hebt, kan je dan het losse uiteinde van je opzetlus strak aantrekken zodat er geen gaatje meer zichtbaar is.

4. Halve vaste haken (HV)

Symbool: ?

Haken: de basis

Stap 1: steek de naald door de tweede losse vanaf de naald.

Sla de draad om de naald en trek de draad door de twee lussen op de naald.

Je hebt nu een halve vaste gemaakt.

Haken: de basis

Stap 2: herhaal stap 1 bij elke volgende losse tot het einde van de ketting of van de toer.

Je hebt nu een rij van halve vasten gehaakt, of een toer als je in het rond haakt.

5. Een vaste haken (V)

symbool: +

Haken: de basis

Haken: de basis

Stap 1: steek de naald door de tweede losse vanaf de naald. Sla de draad om de naald en trek de draad alleen door de eerste lus op de naald.

Stap 2: maak een omslag en trek de lus door beide lussen op de naald. Er blijft één lus op de naald.

Haken: de basis

Je hebt nu 1 vaste (V) gemaakt. Doe dit nu bij elke opzetlosse tot het einde van de rij of toer.

6. Stokje haken

Haken: de basis

Stap 1: Begin met een ketting van lossen. Maak een omslag en steek de naald door de vierde losse vanaf de draad. Maak opnieuw een omslag en trek de draad door deze losse. Er staan nu drie lussen op de naald.

Haken: de basis

Stap 2: Maak weer een omslag. Trek de draad door de eerste twee lussen op de naald. Er blijven twee lussen op de naald.

Haken: de basis

Stap 3: Maak opnieuw een omslag. Trek de draad door beide lossen op de naald. Je hebt nu één lus op de naald en een stokje gehaakt.

Herhaal stap 1 t.e.m. 3 om een rij van stokjes te haken.

7. Nop haken

Een nop is een groep van stokjes die zowel onderaan als bovenaan met elkaar verbonden zijn.

Stap 1: haak een stokje t.e.m. stap 2 (zie hierboven). Herhaal dit 1 of meerdere keren. Als je 3 stokjes wil samen haken, heb je vier lussen op de naald staan.

Haken: de basis

Stap 2: maak een omslag en trek de draad door alle lussen op de naald.

Je hebt nu een nop gehaakt.

8. Meerderen

Door twee steken in dezelfde lus (losse of de lussen van een steek in de vorige rij) te haken, kan je het aantal steken vermeerderen.

9. Minderen

Door twee steken samen te haken, kan je het aantal steken verminderen.

Vasten minderen:

Steek de naald door de lussen van de eerste losse of vaste van de vorige rij. Maak een omslag en haal door de lussen. Je hebt nu 2 lussen op de naald.

Steek de naald door de lussen van de volgende losse of vaste van de vorige rij. Maak een omslag en haal door de lussen. Je hebt nu 3 lussen op de naald.

Maak opnieuw een omslag en haal door de drie lussen op de naald. Je houdt één lus over en je hebt twee vasten samengehaakt.

Stokjes minderen:

Haak door de lussen van de eerste losse of steek in de vorige rij een nieuw stokje tot en met stap 2. Je hebt 2 lussen op de naald.

Haak door de lussen van de volgende losse of steek van de vorige rij opnieuw een stokje tot en met stap 2. Je heb nu 3 lussen op de naald.

Maak een omslag en trek door de 3 lussen op de naald. Je houdt één lus over en je hebt twee stokjes samengehaakt.

Lees meer over:

Onze partners