Voorpublicatie: deze vrouwen effenden in de jaren vijftig het pad voor transgenders

19/11/17 om 08:00 - Bijgewerkt op 20/11/17 om 12:24

Voormalig Knack Weekend journaliste Linda Asselbergs beschrijft in Casablanca Voorbij het bewogen leven van Belgische transgenderpionier Corinne Van Tongerloo. Deze exclusieve voorpublicatie schetst een beeld van de baanbrekende vrouwen die in de jaren vijftig het fenomeen transgender uit de schaduw haalden.

Voorpublicatie: deze vrouwen effenden in de jaren vijftig het pad voor transgenders

© -

Voorpublicatie: deze vrouwen effenden in de jaren vijftig het pad voor transgenders

© Kartonnen Dozen, Casablanca Voorbij

Het waren de lotgevallen van Christine Jorgensen (1926-1989) die in 1952 het fenomeen transgender onder de aandacht van het grote publiek brachten. Over de hele wereld vonden transgenders de moed om zich te outen. In het voorwoord tot Jorgensens A personal autobio-graphy schreef dokter Harry Benjamin de vooruitgang van zijn studies aan haar toe: 'Zonder jou, Christine, geen toelagen, publicaties en lezingen.'

Christine werd als George William Jorgensen jr geboren in The Bronx, New York City, zoon van een timmerman van Deense afkomst en een huisvrouw. In haar autobiografie beschrijft ze zichzelf als 'een frêle en introvert blond jongetje dat op de loop ging voor vechtpartijen en ruwe spelletjes.'

Ex-GI wordt blonde schoonheid

Kort na het behalen van zijn diploma aan de Christopher Columbus High School werd Jorgensen in 1945 opgeroepen voor het leger en maakte hij als GI het einde van de Tweede Wereldoorlog mee. Na zijn legerdienst bekwaamde hij zich in de fotografie en studeerde aan de Manhattan Medical and Dental Assistance School. Al langer bezorgd over zijn gebrek aan mannelijkheid, hoorde hij over de mogelijkheid van geslachtsaanpassende chirurgie. Met de hulp van Dr. Joseph Angelo, de echtgenoot van een medestudente aan de Manhattan Medical and Dental Assistance School begon hij vrouwelijke hormonente nemen. Het was de bedoeling om naar Zweden te trekken, waar begin jaren vijftig de enige dokters ter wereld zich aan geslachtsoperaties waagden. Tijdens een halte in Kopenhagen waar Jorgensen familie bezocht, leerde hij Dr. Christian Hamburger kennen, een Deense endocrinoloog. George bleef in Denemarken en kreeg onder toezicht van Hamburger hormoon-vervangende therapie. Ter ere van deze arts nam ze de naam Christine aan.

Voorpublicatie: deze vrouwen effenden in de jaren vijftig het pad voor transgenders

© Kartonnen Dozen, Casablanca Voorbij

Als buitenlander had Jorgensen een speciale toestemming van het Deense ministerie van justitie nodig voor de reeks operaties die ze wilde ondergaan. In september 1951 werden de testikels verwijderd, in november 1952 de penis. Belangrijker dan de lichamelijk veranderingen vond Jorgensen de psychische ommekeer. Van een schuchtere, ongelukkige man was ze in een stralende vrouw veranderd. De vaginoplastie volgde jaren later in de VS, toen de procedure daar toegankelijk was, onder de leiding van Dr. Angelo, met Dr. Harry Benjamin als medisch adviseur.

In december 1952, Jorgensen werkte toen als fotograaf in Denemarken, wijdde de New York Daily News een hele frontpagina aan haar, onder de kop: 'Ex-GI wordt blonde schoonheid'. In het artikel werd ze bestempeld als de eerste mens die een geslachtsverandering ondergaan had, waarbij Dora Richter en Lili Elbe voor het gemak over het hoofd gezien werden. Zij werden begin jaren dertig geopereerd, maar kregen geen hormoontherapie.

Een stamp onder de kont van de seksuele revolutie

Toen Jorgensen in 1953 naar New York terugkeerde, was ze op slag beroemd. Ze gebruikte de publiciteit als een platform om transgenders een stem te geven. De supervrouwelijke, elegante en welbespraakte Jorgensen zette de wereld ook aan het denken over wat een mens tot man of tot vrouw maakt. De binaire m/v-indeling bleek zowel biologisch als psychologisch ontoereikend. Christine gaf lezingen op campussen en werkte samen met seksuologen als Harry Benjamin, maar trad ook op als actrice en nachtclubentertainer. Journalisten en talkshowhosts behandelden haar soms als een circus-attractie en stelden indiscrete vragen over haar intieme leven. Twee verlovingen sprongen af, trouwplannen werden gedwarsboomd door het feit dat ze volgens haar geboorteakte nog altijd een man was. Eén aanstaande, Howard J. Knox, verloor zijn baan in Washington DC toen zijn verloving met Jorgensen bekend raakte. In 1989 nog verklaarde Jorgensen dat ze 'de seksuele revolutie een flinke stamp onder de kont had gegeven.' Niet veel later stierf ze aan blaas- en longkanker.

Roberta Cowell

Roberta Cowell © Kartonnen Dozen, Casablanca Voorbij

Jorgensens Britse tegenhanger was Roberta Cowell (1918-2011), geboren als zoon van een generaal-majoor/ chirurg in het Britse leger. Voor Robert Roberta werd, studeerde hij voor ingenieur aan het University College London, trouwde met een medestudente en nam dienst in de RAF. In 1944 werd hij als gevechtspiloot boven Duitsland neergeschoten en bracht hij vijf maanden als krijgsgevangene door in Stalag Luft I, waarbij hij 23 kilo vermagerde. In Cowells autobiografie is te lezen hoe ongemakkelijk hij zich voelde als medegevangenen hem in situationeel homoseksueel gedrag probeerden te betrekken. Na de oorlog nam Cowell als racepiloot deel aan wedstrijden als de Brighton Speed Trials en de Grand Prix van Rouen. Geplaagd door depressie en post-traumatische stress, scheidde Cowell, inmiddels vader van twee kinderen, in 1948 van zijn vrouw en zocht hij psychiatrische hulp. Sessies bij een Schotse Freudiaan deden hem geleidelijk inzien dat zijn onderbewustzijn overwegend vrouwelijk was en dat zijn vrouwelijke kant, die hij zijn hele leven ten zeerste had onderdrukt, veel fundamenteler en dieper geworteld was dan hij verondersteld had.

Interseksueel

In 1950 nam Cowell grote dosissen oestrogeen, maar leefde nog altijd als een man. In die periode leerde hij dokter Michael Dillon (1915-1962) kennen, geboren als Laura Maud Dillon en de eerste Britse transman die een falloplastie onderging. In zijn boek Self: a study in endocrinology and ethics schreef Dillon over het recht van het individu om van geslacht te veranderen en het lichaam te hebben dat hij/zij zich wenste. Cowell en Dillon werden goede vrienden, in die mate zelfs dat Dillon een orchidectomie (verwijdering van de testikels) op Cowell uitvoerde. In het grootste geheim trouwens, want in die tijd was de ingreep illegaal in het Verenigd Koninkrijk. Van een gynaecoloog in Harley Street verkreeg Cowell een attest dat hij interseksueel was (kenmerken van beide geslachten vertonend), wat hem toeliet om als vrouw een nieuw geboorteattest te krijgen. Op 15 mei 1951 onderging Cowell een vaginoplastie. De ingreep werd uitgevoerd door Sir Harold Gillies, algemeen beschouwd als de vader van de plastische chirurgie. Gillies had ook Michael Dillon geopereerd, maar een vaginoplastie was toen een totaal nieuwe procedure die Gillies voordien enkel op een lijk had uitgevoerd.

'Bambi'

'Bambi' © Kartonnen Dozen, Casablanca Voorbij

Pas in 1954 haalde het nieuws van Cowells geslachts-aanpassing de pers; ze verkocht haar verhaal voor omgerekend naar huidige valuta 200.000 pond (ongeveer 225.000 euro) aan het magazine Picture Post. Ook haar biografie bracht veel geld op. Anderzijds mocht ze als vrouw niet meer deelnemen aan Grand Prix-wedstrijden. Het verhaal van Cowell, oorlogsheld, racepiloot, echtgenoot en vader en dus een toonbeeld van heteroseksualiteit, zorgde voor de nodige opschudding en verwarring. In de sensatiepers werd transseksu-aliteit immers onveranderlijk in verband gebracht met homoseksualiteit, toen nog een groot taboe. Overigens zou Cowell in 1972 er in een interview, dat haar tweede (nooit gepubliceerde) biografie aankondigde, de nadruk op leggen dat zij interseksueel was, met XX-chromosomen. Ze zette zich bovendien af tegen 'individuen met XY-chromosomen, normale mannen dus, die zich middels een operatie in freaks lieten veranderen'. Roberta Cowell stierf op 11 oktober 2011. Op haar verzoek werd haar overlijden stilgehouden, het kwam pas aan het licht toen The Independent in oktober 2013 een profiel van haar publiceerde.

Showbusiness

Het verhaal van Roberta Cowell is atypisch te noemen. Opvallend veel transvrouwen kwamen in de showbusiness terecht. Van de vijf transgenderpioniers die aan het woord komen in 'I Am a Woman Now', de documentaire van de Nederlander Michiel van Erp, maakten er vier carrière als revueartiesten. De verklaring is tweeledig: in veel jobs was de overgang van het ene naar het andere geslacht nu eenmaal niet acceptabel. Bovendien was een optreden als sexy, schaarsgeklede showgirl natuurlijk de ultieme bevestiging van de nieuw verworven vrouwelijkheid.

Het boegbeeld van de transgender revueartiesten was Coccinelle (Frans voor lieveheersbeestje), in Parijs geboren als Jacques Charles Dufresnoy (1931-2006). Als kind al voelde het jongetje, klein van gestalte en frêle, dat de natuur een vergissing had begaan. Later werd hij uit de militaire dienst ontslagen omdat zijn vrouwelijke verschijning te veel ophef maakte. Vanaf 1952 slikte hij vrouwelijke hormonen. Een jaar later maakte hij zijn debuut in het beroemde travestiecabaret Madame Arthur, waar zijn moeder bloemen verkocht.

Devenir Femme

Als artiestennaam koos Dufresnoy voor Coccinelle, verwijzend naar de rode jurk met zwarte stippen die ze graag droeg. Na haar operatie in 1958 in Casablanca door de Franse arts Georges Burou, zorgde Jacqueline Charlotte zoals ze voortaan heette, als sekssymbool in de stijl van Brigitte Bardot en Marilyn Monroe, voor sensatie. Ze trad als zangeres op in de beroemde nachtclub Le Carrousel, speelde in films als Europa di notte, Los viciosos en Dias de viejo color. De Italiaanserocker Ghio Agosti droeg het liedje Coccinella aan haar op.

Coccinelle

Coccinelle © Kartonnen Dozen, Casablanca Voorbij

In 1963 rees Coccinelles faam ten top, toen Bruno Coquatrix haar naam in grote rode letters liet aanbrengen op de gevel van de showtempel Olympia als promotie-stunt voor de revue Cherchez la Femme. Coccinelle was niet vies van publiciteit. Om in grote stijl in de Parijse Notre Dame kathedraal te kunnen trouwen met de sport-journalist Francis Bonnet, liet ze zich in 1960 herdopen tot Jacqueline. Het was haar vader die haar weggaf. De bruid droeg een gewaagde, diep uitgesneden jurk. Op de trappen van de kathedraal werd het koppel zowel toegejuicht als met tomaten bekogeld.

Het huwelijk zou niet lang standhouden. Het werd op Coccinelles vraag ontbonden nadat zij een verklaring had afgelegd dat zij officieel nog steeds een man was. Prompt werd ze geëxcommuniceerd. Een ander gevolg was dat de Franse overheid tot in 1974 stopte met het aanbrengen van geslachtswijzigingen op officiële papieren. Coccinelle zou nog twee keer trouwen. Op latere leeftijd zette zij zich als activiste in voor transgenders, onder andere door het oprichten van de organisatie Devenir Femme, die praktische en emotionele steun verleende aan mensen die een geslachtsoperatie overwogen. Ze hielp ook bij de oprichting van een researchcentrum voor gender-identiteit. Coccinelle overleed in 2006, ten gevolge van een beroerte. Om haar te eren werd op de Boulevard de Clichy in de Parijse uitgaansbuurt Pigalle de Promenade Coccinelle ingehuldigd.

In navolging van Coccinelle zouden een hele resem transgender revueartiesten naam maken: Bambi (Marie-Pierre Pruvot), Capucine, April Ashley, Fétiche, Kiki Moustique en Amanda Lear (alias Péki d'Oslo, alias Alain Tapp).

Casablanca Voorbij is verschenen bij Uitgeverij Kartonnen Dozen (EPO) en is vanaf 20/11 voor €19,95 verkrijgbaar. Op vrijdag 24/11 om 19u wordt het boek feestelijk voorgesteld in boekhandel Kartonnen Dozen (Antwerpen). Linda Asselbergs interviewt er Corinne Van Tongerloo.

Klik hier om het boek online aan te schaffen.

Onze partners