LFW: Het rapport

24/09/09 om 16:00 - Bijgewerkt om 15:59

Bron: Knack Weekend

De vijfentwintigste verjaardag van London Fashion Week lokte een hoop ontwerpers en merken terug naar de plek waar het voor hen allemaal begon: Burberry en Pringle, Matthew Williamson en Antonio Berardi. Maar de tijden zijn veranderd. De Britse mode wordt gedomineerd door een winkelstraatmerk en celebrities.

LFW: Het rapport

© Uit de collectie van Vivienne Westwood Epa

London Fashion Week (LFW), dat deze week zijn vijfentwintigste verjaardag vierde, werd gedomineerd door twee machtige spelers: het Britse luxemerk Burberry, dat voor het eerst in jaren een thuismatch speelde, en de winkelstraatketen Topshop, dat de shows van een dozijn jonge ontwerpers sponsorde en tussendoor ook een aantal van zijn eigen lijnen over de catwalk stuurde.

In de vroege eenentwintigste eeuw delen fast fashion en luxe de lakens uit in de mode. Dat is nergens duidelijker dan in Londen, dat altijd gespecialiseerd was in jonge ontwerpers, en een reputatie heeft als jachtterrein voor talent scouts en headhunters. Een jonge ontwerper geraakt blijkbaar nergens meer zonder de steun van een megaconcern. Dat is een angstwekkende evolutie.

De oude gedienden van de Londense mode blijven respect afdingen. Paul Smith (in Afrikaans gemoed) en Vivienne Westwood staan er nog steeds. Pam Hogg staat, in tegenstelling tot Westwood, nog met een voet in de punk (Siouxsie Sioux en Boy George op de eerste rij) en de mode van Margaret Howell is als vanouds tijdeloos. Howell is allicht de meest onderschatte Britse ontwerper (tenzij in Japan, waar ze legendestatus heeft).

De oudste Britse merken doen pogingen om relevant te blijven. Pringle liet een filmpje maken door de jonge fotograaf Ryan McGinley, Ballantyne ging een samenwerking aan met ontwerpster Louise Goldin, voor een capsulecollectie. Jaeger London toonde zijn statige garderobe op de catwalk van Somerset House, en Aquascutum, dat onlangs werd overgenomen door Jaeger, ontving in zijn vlaggenschip langs Regent Street. Burberry bouwde een tent in de tuin van de Tate Gallery en vuld die met een stoomboot
celebrities. Maar de collectie van Christopher Bailey, overwegend in pastels en drapages, was zeker niet zijn beste.

De vorige generatie Londense hotshots lijkt lichtjes verloren. De shows van Julien McDonald (ex-Givenchy) en Matthew Williamson (ex-Pucci, en later populair geworden met een collectie voor H&M) waren zozo. Eley Kishimoto (ex-Cacharel) zijn getalenteerd en geliefd, maar geraken toch niet echt van de grond.

Marios Schwab (sinds kort creatief directeur van Halston in New York) en Christopher Kane (ontwerper van Versus, een recent heropgewekte nevenlijn van Versace) bevestigen hun talent: ze zijn allicht de invloedrijkste Londense ontwerpers van het moment (zie het met een krokodil bedrukte jurkje van Kane voor Topshop, dezer dagen een reusachtige hit in de straten van Londen). Kane brengt voor komende zomer de Vichyruit terug: een trend in wording.

Erdem en Peter Pilotto bewijzen dat prints niet noodzakelijk oubollig zijn. Voor beide labels wenken roem en succes. Dat geldt ook voor Mary Katrantzou, ook al onder de invloed van bedruksels.

Hoogste feestje van de week: Paul Smith en Evian op de achtentwintigste verdieping van Millbank Tower. Het vreemdste feestje? De soirée in het enigszins clinische nieuwe hoofdkwartier van Burberry (met optreden van The Kooks). De grootste rel van de week? Het gewicht (of eerder: het gebrek eraan) van Victoria Beckham, breed uitgesmeerd in de tabloids.

Jesse Brouns

Herlees het dagelijks verslag van Jesse Brouns
Alle collecties in beeld

Lees meer over:

Onze partners