Jason Denham, oprichter van Denham The Jeanmaker: 'Ik geloof niet in nostalgie'

30/01/18 om 21:00 - Bijgewerkt op 05/04/18 om 14:02
Uit Knack Weekend van 31/01/18

Jason Denham (47) groeide op in het noordoosten van Engeland. Na een carrière bij andere jeanslabels richtte hij in Amsterdam Denham the Jeanmaker op, dat dit jaar zijn tiende verjaardag viert met een reeks aparte collecties en evenementen.

Jason Denham, oprichter van Denham The Jeanmaker: 'Ik geloof niet in nostalgie'

Jason Denham. © Fred Debrock

Ik geloof niet in nostalgie. Ik werd altijd aangetrokken door jeans en denimproducten, iconische stukken die mooier worden door ze te dragen, maar ik had wel altijd de bedoeling om er iets nieuws mee te doen. Dankzij nieuwe materialen en andere technologische innovaties zijn de mogelijkheden groter dan ooit, en niet alleen in onze sector. De heritage-trend onderstreept het belang van kwaliteit en duurzaamheid, maar qua productdesign is de toekomst veelbelovend. De uitdaging is vooral om innovaties naar waarde te schatten en onze drang naar nieuwigheid te beheersen. Onder meer door de druk van de sociale media veranderen mode en andere trendgevoelige sectoren razendsnel.

Ik wilde iets groots doen. Het jeansmerk dat ik destijds voor ogen had, zou geen nichespeler zijn, maar wereldwijd zichtbaar zijn en impact hebben. Niet dankzij een kille managementcultuur, maar met een menselijke aanpak. Zolang je maar onthoudt waar je vandaan komt, nooit denkt dat je werk af is en trouw blijft aan je overtuigingen. Een van de eerste dingen die ik ophing in ons kantoor in Amsterdam was een poster van grafisch ontwerper Anthony Burrill: 'Work hard & be nice to people'. Doe goed, en dan zal je goede dingen terugkrijgen. Daar geloof ik nog steeds in, ondanks onze groei en de moeilijke beslissingen die daarbij horen.

Delen

Geen nee aanvaarden is een tikkeltje arrogant, maar het is ook een denkwijze die je helpt om dingen te bereiken

Onmogelijk is een woord dat ik niet snel aanvaard. In mijn ogen zijn er altijd oplossingen en wegen om ergens te geraken. Misschien heeft dat te maken met een ongeluk dat ik had als student in een magazijn. Na een metersdiepe val lag ik wekenlang in coma. Mijn ouders kregen te horen dat ze zich op het ergste moesten voorbereiden. Toen ik na maanden revalidatie weer op de been was, voelde ik me lange tijd onoverwinnelijk. Geen nee aanvaarden is een tikkeltje arrogant, maar het is ook een denkwijze die je helpt om dingen te bereiken.

Een universele strategie werkt niet. De manier waarop mensen zakendoen in Tokio is niet hetzelfde als in Seoel, hoe klein technologie de wereld ook maakt. Je kunt nooit om de lokale context heen, dus moet je durven te vertrouwen op mensen die er thuis zijn. De zeventien nationaliteiten in het bedrijf zijn alleen maar een verrijking. Al die verschillende temperamenten aansturen is een uitdaging, maar dat is altijd zo als je met mensen werkt.

Het label was jarenlang mijn enige baby. Het hield me dag en nacht bezig. Tot mijn vrouw onverwacht zwanger was en ik op mijn 43ste vader werd. Sindsdien is er veel veranderd in mijn leven. Ik denk meer na over mijn tijdsindeling, kan tegenwoordig al eens niet met het werk bezig zijn - iets wat me vroeger nauwelijks lukte - en heb dankzij mijn dochter niet minder, maar meer tijd gekregen. Als veertiger was ik er ook klaar voor: op die leeftijd vader worden, voelt ontzettend makkelijk.

Ik ben me altijd bewust van mijn verantwoordelijkheid. Wanneer je een bedrijf opricht en het bovendien je eigen naam draagt, doe je niets zonder te denken aan het grotere geheel en de gevolgen voor alle mensen die erbij betrokken zijn. In 2016 vertrouwde ik een deel van die verantwoordelijkheid aan iemand anders toe en stelde ik een CEO aan. Een van de meest volwassen beslissingen uit mijn carrière, maar onze wereldwijde groei liet me geen andere keuze. Op kantoor ben ik nog steeds vaak als eerste binnen en als laatste buiten, maar als chief crea-tive officer kan ik me nu volledig focussen op het creatieve aspect.

Elke ervaring leert je iets voor een volgende stap. Zo kijk ik nu ook naar Blue Blood, het eerste jeansmerk dat ik mee oprichtte in 2002. Mijn toenmalige partner Steve te Pas had na enkele jaren een meer modieuze richting voor ogen, terwijl ik trouw wilde blijven aan onze roots. Dan moet je je conclusies trekken en erkennen dat je beter uit elkaar gaat. Sindsdien weet ik dat je niet met te veel chauffeurs aan het stuur kunt zitten. Om echt je eigen merk uit te bouwen, moet je ook de creatieve controle hebben. Maar dat wil niet zeggen dat ik spijt heb van het Blue Blood-avontuur. Daar ben ik nog steeds trots op, en de lessen en inzichten van toen hebben Denham the Jeanmaker mee gemaakt tot wat het vandaag is.

Denhamthejeanmaker.com

Onze partners