Milano Uomo: Zwartjassen

17/01/12 om 11:45 - Bijgewerkt om 11:45

De spectaculaire, niet noodzakelijk gemakkelijke show van Raf Simons voor Jil Sander was een van de hoogtepunten van de mannenmodeweek in Milaan. Omdat Raf Simons tenminste een eigen visie heeft.

De vloer van het hoofdkwartier van Jil Sander is belegd met zwart rubber, en aan het eind van de catwalk gaapt een deur beklad met graffiti. Een ondergrondse parking (de muziek komt van de soundtrack van Drive). Door de deur verschijnen jongens in het zwart, vaak in leder.

De look is hardcore, en intens, met een hint van de nazi-esthetiek uit the Night Porter die deze winter ook al Marc Jacobs inspireerde voor Louis Vuitton. Niet dat Simons Jacobs gevolgd zou zijn. Integendeel. Hij heeft de esthetiek van het fascisme, historisch en recent, al veel eerder bestudeerd, in zijn eigen collecties, met shows in authentieke parkings.

Voegt hij daar nu iets nieuws aan toe? Hm, niet echt. Of toch niet op het eerste gezicht. De show is, alles welgeschouwd, pure pastiche. Perfect geëxecuteerd, dat zeker.

Is de collectie geslaagd? Sommige outfits zijn versierd met marinekapjes, waarop cartoonwalvissen staan afgebeeld. Die absurde, schattige walvissen maken het verschil.

Umit Benan showt voor het eerst, na een aantal goed ontvangen presentaties. De scene: jonge soldaten die wakker worden in een slaapzaal. De oorlog is voorbij: het thuisfront wacht. Benan geeft voor de show zelf een korte inleiding. Dan gaat een gordijn open, waarachter een levensecht tableau schuilgaat. Of tenminste, levensecht in de stijl van Hollywood: soldaat onder de douche, soldaat met halters. Op een stapelbed, achter een strijkplank. Het is een typische militaire mannenmodefantasie, zoals die om de zoveel seizoenen wel ergens wordt opgevoerd. Vermakelijk.

Rimbauds in Gucci Gucci keert, net als Dolce e Gabbana en Prada, terug naar de negentiende eeuw. Bij Prada zat er een heel intellectueel discours achter de collectie (zie eerder verslag). Bij Gucci is dat minder het geval. Frida Giannini verwijst naar Les fleurs du Mal, naar Oscar Wilde, naar de dromerige blik van Leonardo Dicaprio als Arthur Rimbaud (of was het Verlaine?) in de biopic Total Eclipse.

"Getormenteerde dichters met een attitude decontractée en een persoonlijke stijl," zoals Giannini het beschrijft. Dikke truien, cabans en jassen met vergulde borduursels, en kleuren uit nog een andere eeuw: die van schilder Caravaggio. In enkele woorden (welgeteld tien): de collectie was gemakkelijker verteerbaar dan die van andere nostalgici.

Het is een decadent seizoen. Tijd, kortom, voor een revolutie. Of, in afwachting: voor moderne, hedendaagse kleren. Die kregen we dit seizoen van onder meer Italo Zuchelli voor Calvin Klein Collection, en die van nieuwkomer Paul Surridge voor Z Zegna. Onder het bewind van diens voorloper, Andrea Sartori, was dat een beetje een vlees noch vis-lijn: minder formeel dan Ermenegildo Zegna, maar al te netjes om echt een verschil te maken. Surridge heeft lang aan de mannencollecties van Jil Sander gewerkt, onder het bewind van Raf Simons, en die leerschool komt duidelijk naar voren.

Boude volumes, koperen zips, een hedendaags beeld, waar vaart achter zit. Zucchelli keek naar New York, met als resultaat onder meer een print op een nylon mantel geïnspireerd door nat geregende trottoirs. Calvin Klein Collection blijft de uitgelezen leverancier voor gesublimeerde sportswear. Een hoodie met kap in croco? Eén adres.

Jesse Brouns

Onze partners