BEDAARDE BELGEN

26/01/09 om 14:00 - Bijgewerkt om 13:59

Bron: Knack Weekend

In een relatief zwak seizoen voor de mannenmode maken ook de Belgische ontwerpers weinig indruk.

BEDAARDE BELGEN

In een relatief zwak seizoen voor de mannenmode maken ook de Belgische ontwerpers weinig indruk.

De markantste show van de modetiendaagse is die van Raf Simons. Wat mij betreft is het ook de grootste teleurstelling. De collectie is in velerlei opzichten een daverend succes: Simons heeft de essentie van zijn stijl geconcentreerd in een aantal goedgemaakte, erg volwassen maatpakken (made in Italy nog wel). Hij keert daarmee terug naar zijn beginperiode, toen hij het idee van tailoring heruitvond voor smalle schooljongens, en daarmee als eerste het dominante silhouet van de vroege eenentwintigste eeuw neerzette. Het probleem is, wat mij betreft, dat zijn volwassen pak uiteindelijk niet meer is dan dat: een pak. De zomercollectie van Simons, die nu ongeveer in de winkels ligt, was waarschijnlijk de sterkste mannencollectie van de afgelopen tien jaar: de ontwerper bracht er de formele mannenmode lichtjaren mee vooruit. Met deze conformistische garderobe staan we terug in de twintigste eeuw. De credit crunch op mode toegepast.

Dries Van Noten showde in het hoofdkwartier van de Parti Communiste, het indrukwekkendste modernistische gebouw van Parijs (van architect Oscar Niemeyer). Ook hier werd gereduceerd: de wintergarderobe van Van Noten is overwegend monochroom en relatief sober. Zijn veredelde klassiekers zijn conservatief, maar niet deprimerend. Ze worden gered door hun gratie.

De subtiele kleren van Véronique Branquinho worden overstemd door het gekeel van de zanger van de band die haar show live begeleidt, Dez Mona. De ontwerpster blijft ter plaatste trappelen met haar kleren voor mannen die van vrouwen houden (het soort mannen dat doorgaans Martin Margiela draagt). Ann Demeulemeester is zoals gewoonlijk uitstekend, maar net als Raf Simons minder in vorm dan zes maanden geleden. De collectie is duidelijk herkenbaar, overwegend zwart/wit, met cavaleriejasjes (een trend komende winter) en mooi breiwerk. Kris Van Assche blijft geïnspireerd door Zuid-Amerika, maar lijkt enigszins zijn weg kwijt: de brede broeken, leggings en boots zijn best bevallig, maar een persoonlijke signatuur is ver te zoeken. Damir Doma, die voor de derde keer showt, heeft die identiteit wel (hij situeert zich in de school van Demeulemeester en Rick Owens), maar mag al iets meer verrassen. En van Walter Van Beirendonck heb ik de indruk dat hij cirkeltjes draait: de sfeer zit goed, de muziek is uitstekend, maar de kleren voegen nog weinig toe aan de Walter-saga. Misschien hoeft dat ook niet.

Jesse Brouns

Onze partners