Bangladesh wil "kledingdorpen" bouwen om export te verdubbelen

14/08/15 om 19:54 - Bijgewerkt om 19:58

De Bengalese kledingdorpen zouden niet alleen de productie en dus export moeten verhogen, maar ook betere werkomstandigheden bieden aan de textielarbeiders.

Bangladesh wil "kledingdorpen" bouwen om export te verdubbelen

© REUTERS

De snelle groei van de kledingindustrie in Bangladesh is zowel een zege als een vloek voor het land. Want ook al zorgt de sector voor miljoenen jobs en heeft ze ervoor gezorgd dat er minder mensen in armoede leven: de uitbuiting van de armste, meest wanhopige laag van de bevolking is schrijnend en leidde bovendien tot de dood van duizenden (in onder meer Rana Plaza).

De industrie is volgens het land echter van zodanig onschatbare waarde dat Bangladesh de activiteiten wil verdubbelen, ondanks de weerslag die deze beslissing zal hebben op de bevolking. De minister van handel, Tofail Ahmed, kondigde vorige week aan dat hij de export van kleding wil zien verdubbelen naar 50 miljard dollar tegen 2021.

"Een blijk van inzet van de regering"

Om dit doel te bereiken zal het land "kledingdorpen" oprichten die naar schatting elk zo'n 200 fabrieken huisvesten en moeten instaan voor 5 miljard dollar aan export.

Deze dorpen zijn volgens Ahmed "niet enkel een blijk van inzet van de regering" om een boost te geven aan de kledingindustrie, die nu goed is voor 82% van Bangladesh' totaalexport. Ze zouden ook de werkomstandigheden voor de arbeiders beter maken.

Textielarbeiders in Bangladesh

Textielarbeiders in Bangladesh © REUTERS

Vandaag de dag worden de zogenaamde kledingfabrieken in Bangladesh her en der opgericht waardoor ze niet gemonitord kunnen worden. De hoge snelheid waarmee dit gebeurt zorgt er tegelijk voor dat veel van deze sweatshops in oude, strikt onveilige gebouwen worden ondergebracht, waar arbeiders met honderden op elkaar in erbarmelijke omstandigheden en aan een hels tempo moeten produceren.

De huidige fabrieken die niet aan de voorwaarden voldoen zullen verplaatst worden naar de kledingdorpen waar de arbeiders volgens Ahmed een gezonde, veilige werkplaats kan worden aangeboden. De kledingdorpen zullen zelfs voorzien in een medische verzorgpost, fatsoenlijke afvalverwerking en een kinderopvang - niet onbelangrijk aangezien zo'n 80% van de textielarbeiders in Bangladesh vrouwen zijn, vrouwen die er vaak alleen voorstaan wanneer het aankomt op de verzorging van de kroost.

Steun van de VS

Plannen voor zulke kledingdorpen lagen al in 2005 op tafel, maar werden pas concreet gemaakt nadat de schreeuw om humane en veilige werkomstandigheden na de brand in de Tazreenfabriek en het instorten van Rana Plaza de wereld rondgingen.

De Verenigde Staten, de grootste importeur van in Bangladesh geproduceerde kledingstukken, steunt alvast het doel van de regering om de export te verdubbelen via de bouw van dit soort dorpen. Amerika zal naar verluidt samen met twee Bengalese banken een verzekering ter waarde van 22 miljoen verschaffen op leningen die gebruikt worden om de veiligheid in textielfabrieken verbeteren

Hoewel de oprichting van kledingdorpen allicht wel meer werkgelegenheid zal creëren, verandert dat weinig aan de situatie van de arbeiders, die amper geld verdienen met hun hard labeur.

Een recente publicatie van het Wereld Economisch Forum toonde aan dat het loon van een textielwerker in Bangladesh het kleinste onderdeel van de uiteindelijke prijs van een T-shirt uitmaakt. Na deze bekendmaking van het WEF heeft Ahmed de retailers aangemaand om meer te betalen voor de producten die ze ontvangen, al is daar voorlopig nog maar weinig (positieve) reactie op gekomen.

(via Quartz, wereldbank en het WEF)

Onze partners