Arjen Lubach vraagt zich af: 'Wie maakt onze kleren en waarom zijn we niet verontwaardigd?'

13/11/17 om 11:14 - Bijgewerkt om 11:18

Humor is vaak het zoete medicijn waarmee de bittere pil vlotter naar binnen gaat. Zondag met Lubach is bij onze Noorderburen precies zo'n siroopje waarmee serieuze onderwerpen en taboes aan de kaak worden gesteld. Arjen Lubach vroeg zich deze zondag af: 'Wie maakt onze kleren?'

Arjen Lubach vraagt zich af: 'Wie maakt onze kleren en waarom zijn we niet verontwaardigd?'

Textielarbeiders © istock

Heel wat fast fashion merken laten hun kleren produceren in lageloonlanden. Daar kunnen ze immers gigantische hoeveelheden op zeer korte termijn laten maken tegen een zeer lage prijs. De vraag die sinds de ramp van Rana Plaza wordt gesteld is dan ook, 'wie betaalt de échte prijs voor onze kleding?'

Het antwoord is eigenlijk simpel: de katoenboeren en textielarbeiders. Zij worden uitgebuit omdat de landen waar ze wonen en werken nog geen strikte wetgeving hebben, er corruptie heerst en de concurrentie moordend is. Niet alleen vrouwen en mannen worden er uitgebuit, maar ook kinderarbeid tiert er welig. Duurdere merken kopen blijkt ook niet altijd een oplossing te zijn, want ook die produceren naar hartenlust in Bangladesh, China en Myanmar.

Hoe is dat mogelijk? Arjen Lubach vraagt het zich af in zijn humoristische show Zondag met Lubach. De presentator zet de feiten op een rijtje en verbaast zich erover dat de westerse consument niet meer verontwaardiging uit.

Redenen tot verontwaardiging

Het programma geeft het probleem misschien wat simpel weer, maar haalt wel enkele goede punten aan.

Eigenlijk weet niemand wie onze kleren maakt. Het is de vraag van één miljoen, waar niemand een concreet antwoord op lijkt te hebben. Sterker nog, grote merken geven zelf aan dat ze niet kunnen garanderen dat er geen kinderarbeid mee gemoeid is. 'Dat is dan toch een kwestie van prioriteiten', stelt Lubach. Volgens hem is het een bewuste keuze van de producenten om winst te blijven maken op kap van kinderen en uitgebuite volwassenen in derdewereldlanden.

Bewust ondernemen blijkt een trend te zijn. Maar ook daar knelt het schoentje. Lubach spot dat 'trend' misschien niet het juiste woord is voor iets dat evident zou moeten zijn. 'Ik zag laatst een vrouw van in de vijftig die ook al geen kinderen aan het uitbuiten was. Dan loopt zo'n trend wel op z'n eind hoor.'

Bovendien blijken grote spelers het probleem gewoon te verplaatsen. Dan is er eindelijk een akkoord gesloten in Bangladesh - dat de veiligheid van de werkers moet garanderen, ontdekken de producenten plots Myanmar of Ethiopië als productieland.

Tijd voor politieke actie, vindt Lubach. In Nederland (en het Verenigd Koninkrijk) is er een convenant gekomen, waar verschillende merken en ketens op intekenen. Ze stellen in dit convenant dat ze transparanter te werk te zullen gaan en kinderarbeid trachten uit te roeien. Dat is alvast een stap in de goede richting, maar er zijn geen echte consequenties verbonden aan deze afspraak. Geen geldboetes of andere harde maatregelen.

Lubach biedt een oplossing aan in de vorm van een Europese wet. Maar dat blijkt niet zo simpel te zijn. Het Europees parlement is voor zo'n wet, maar het is de Europese commissie die de wet moet opstellen. Die laat het idee voorlopig liggen, want de kledingbedrijven zijn tegen de wet.

Gelukkig zijn er ook ontwerpers, stilisten, merken en winkels die oprecht esthetische mode met duurzame productie verzoenen.

Lees er meer over:

Eerlijke én hippe mode kopen: hoe doe je dat?

7 Belgische adresjes om duurzaam te shoppen & waarom dat belangrijk is

In kaart gebracht: duurzame mode shoppen in Vlaanderen

7 tips om je persoonlijke stijl te ontdekken & waarom dat helpt je garderobe te verduurzamen

Onze partners