Tobias Leenaert
Tobias Leenaert
Oprichter Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA)
Opinie

25/09/17 om 08:45 - Bijgewerkt om 08:47

Waarom kippen en vissen minder enthousiast zijn over de nieuwe voedingsdriehoek

Tobias Leenaert, oprichter van EVA vzw en auteur van How to Create a Vegan World, is blij met de nieuwe voedingsdriehoek. Al hoopt hij wel dat mensen driervriendelijke keuzes zullen maken als ze die leidraad gebruiken in hun keuken.

Waarom kippen en vissen minder enthousiast zijn over de nieuwe voedingsdriehoek

© Getty Images/iStockphoto

Ik ben fan van de nieuwe voedingsdriehoek. Hij is duidelijk, bruikbaar en evidence-based. En hij kwam tot stand zoals het hoort: zonder de invloed van de verschillende voedingslobby's.

Vandaar ook dat de reactie van de vleessector niet lang op zich liet wachten. Reacties als 'Wij vinden die driehoek niet leuk omdat mensen onze producten minder gaan kopen,' komen niet bijzonder geloofwaardig over. Vandaar dat de mannen van het vlees zich ook bezorgd tonen over de gezondheid van onze landgenoten (die bijna allemaal te veel vlees eten) en over incompatibiliteit met 'de Vlaamse eetcultuur'.

Maar daar bleef het niet bij. Net nu wordt aanbevolen om rood vlees tot een minimum te beperken, komt VLAM (de marketingafdeling van de Vlaamse landbouw) aandraven met een rundvlees-roadshow en 'de week van de steak-friet'. Bedoeling is natuurlijk om ons juist méér rundvlees (van eigen bodem) te doen eten. De campagne wordt gesteund door minister van milieu Joke Schauvlieghe. Schaamte, waar is uw blos?

Delen

'Ik hoop dat de voedingsdriehoek ooit alle relevante factoren zal omvatten: gezondheid, duurzaamheid, én dierenwelzijn'

De nieuwe aanbevelingen zijn een grote vooruitgang. De boodschap dat we meer plantaardig en minder dierlijk moeten eten, is een van de meest heldere en efficiënte die je je maar kan indenken. Als de Vlaming er gevolg aan geeft, dan zal dat de publieke gezondheid ten goede komen, en kan het een enorme besparing opleveren inzake overheidsuitgaven. Gezondheidseconoom Lieven Annemans rekende niet zo lang geleden voor: als slechts tien procent van onze volwassen landgenoten meer plantaardig zou eten, zou dat resulteren in bijna 1,3 miljard euro minder gezondheidskosten op twintig jaar tijd.

Niets dan goeds dus, met deze driehoek. Maar toch: een kritische bedenking in de marge. In een opiniestuk op de VRT website schreef voedingsdeskundige Patrick Mullie dat drie groepen niet tevreden zouden zijn met de nieuwe aanbevelingen:de voedingsindustrie, de melklobby, en de voedingsgoeroes. Ik denk dat er nog twee andere partijen zijn die, mochten ze kennis kunnen nemen van de driehoek, minder enthousiast zouden zijn. Dat zijn de kippen en de vissen.

Als je mensen in de richting van minder rood vlees (rund, varken, schaap) duwt, bestaat de mogelijkheid dat ze - los van hopelijk meer plantaardig - meer vis en kip gaan consumeren. Die dieren eten wordt gezien als gezonder en milieuvriendelijker (hoewel we over dat laatste zeker in het geval van vis vragen kunnen stellen), en vandaar door vele beleidsmakers als wenselijker.

Wat voor gezondheid en het milieu een betere zaak mag zijn, is dat echter niet voor dierenwelzijn. Eender hoe u denkt over het belang van dierenwelzijn, u zal akkoord gaan met het volgende: het is beter dat minder dieren lijden dan dat er meer lijden. Kippen en vissen zijn veel kleiner dan runderen of varkens. Als je dezelfde hoeveelheid vlees wil van kippen als van een koe, dan heb je daarvoor ruim 200 kippen of 360 karpers nodig. Dat betekent dat er dus honderden dieren méér afzien.

Delen

'Voor wie bekommerd is om dierenwelzijn, zijn kippen en vissen de eerste dieren die gemeden zouden moeten worden'

De slachtcijfers in België weerspiegelen niet zozeer de vleesvoorkeur van onze landgenoten, als wel de grootte van de dieren die we eten. Van de 318 miljoen landdieren die in 2016 werden gedood voor voedsel, was 306 miljoen 'gevogelte' - voornamelijk kippen. Dat zijn er 35.000 per uur. Over het aantal individuele vissen bestaan zelfs geen cijfers - zij worden in tonnen gemeten.

Laat nu bovendien kippen en vissen de dieren zijn die zo ongeveer het meeste afzien van alle wezens die wij opeten. Bijna al die driehonderd miljoen kippen lijden een ellendig leven. Opeengepakt in donkere stallen worden ze zo snel mogelijk (na zes weken) slachtrijp gemaakt. Ze leven in de stank van ammoniak, en worden zo zwaar dat hun poten hun eigen gewicht soms niet kunnen dragen. Op hun laatste dag worden ze hardhandig in kratten geduwd, waarbij botbreuken schering en inslag zijn. In het slachthuis, ten slotte, worden miljoenen kippen bovendien slecht verdoofd en gedood bij volle bewustzijn.

Bij vis is dat laatste sowieso het geval: hun slacht is niet gereglementeerd. Terwijl mensen verdrinken in in hooguit een paar minuten, leveren vissen die uit het water worden gehaald vaak een doodstrijd die uren kan duren.

Een verschuiving in ons eetpatroon richting meer kip en vis zou voor die dieren dus allesbehalve gunstig zijn. Ik mag hopen dat mensen die gehoor geven aan de boodschap minder rood vlees te eten, dat vlees vervangen door plantaardige alternatieven, en niet door kip of vis. Voor wie bekommerd is om dierenwelzijn, zijn zij de eerste dieren die gemeden zouden moeten worden.

Als we als samenleving vinden dat dieren meetellen en dat dierenwelzijn belangrijk is, dan moeten ook overheidsaanbevelingen over voeding daarmee rekening houden. Ik ben fan van de nieuwe voedingsdriehoek. En ik hoop dat we in onze steeds beter wordende driehoek op een dag rekening zullen houden met alle relevante factoren: gezondheid, duurzaamheid, én dierenwelzijn.

Tobias Leenaert

auteur van How to Create a Vegan World

oprichter van EVA vzw

Onze partners