Appelbollen

09/01/17 om 16:08 - Bijgewerkt om 16:11

Voor een appelbol verwijder je eerst het klokhuis, waarna je de vrucht vult met kaneel, boter en suiker en inpakt in bladerdeeg. Soms worden voor de vulling ook rozijnen gebruikt, al dan niet geweekt in likeur.

Appelbollen

© Belgisch Bakboek

Geef je waardering

Ingrediënten

Bereidingswijze

Voor 6 appelbollen

  • Mengeling van 40 g kristalsuiker, 40 g donkerbruine suiker en 40 g ongezouten boter
  • 6 zuur smakende appels (bijvoorbeeld boskoop of granny)
  • 30 g kristalsuiker, op smaak gebracht met een snuifje kaneel
  • 1 losgeklopt ei
  • 20 g bloemsuiker
  • 30 g broyage (een mengeling van 15 g amandelpoeder en 15 g bloemsuiker)
  • 50 g siroop (laat 25 g suiker en 25 g water opkoken)

Voor het bladerdeeg (of gebruik bladerdeeg uit de supermarkt) :

  • 250 g tarwebloem
  • 5 g zout
  • 50 g ongezouten melkerijboter op kamertemperatuur
  • 120 à 125 g ijskoud water
  • 150 g ongezouten harde boter uit de koelkast, om te toeren

Bereiding

Maak eerst het bladerdeeg.

  1. Meng de bloem met het zout door de boter. Voeg het ijskoude water toe en kneed kort. Vorm een bol van het deeg en laat die 2 minuten rusten.
  2. Rol het deeg met een deegrol op een bebloemde werktafel uit tot een rechthoek van 20 bij 50 cm, met een dikte van 6 mm.
  3. Leg de harde melkerijboter tussen twee vellen bakpapier en druk ze met de deegrol plat tot een plak van ongeveer een halve cm dik. Verdeel de boter over het midden van het deeg en houd aan de rand telkens een vierde deeg onbeboterd.
  4. Plooi de twee delen zonder boter op de helft van het beboterde deel. Zorg ervoor dat de boter volledig bedekt is met deeg.
  5. Geef zes toeren van drie. Dit doe je als volgt: Rol het deeg met de boter op de werktafel uit tot een lap van 20 bij 50 cm. Vouw een derde van het deeg van links naar rechts en vouw daarna de andere zijde erbovenop. Je bekomt zo een lap met drie laagjes: de eerste toer. Draai het deeg 90 graden en herhaal dezelfde bewerking vijf keer voor de andere toeren. Laat het deeg na twee toeren telkens 15 minuten rusten in de koelkast. Zo wordt de boter weer hard.
  6. Rol het deeg na de laatste toer nog eens uit tot de gewenste dikte voor het recept en laat het een uur rusten vooraleer het te bakken.

Vervolg daarna met de vulling.

  1. Beboter zes aluminium bakvormpjes van 10 cm doorsnede en verwarm de oven voor tot 180°C.
  2. Weeg 40 g bladerdeeg af en rol dat stukje met een deegrol dun uit tot een dikte van 1,5 mm. Snijd er zes cirkeltjes uit van 6 cm doorsnede. Leg ze in de bakvormpjes en bestrijk ze met het losgeklopte ei.
  3. Rol de rest van het bladerdeeg uit tot een rechthoek van 1,5 à 2 mm dik. Snijd hieruit zes vierkanten van 15 cm. De grootte van de vierkanten hangt af van de grootte van de appels en kan dus variëren. Bestrijk de randen van de vierkantjes met het losgeklopte ei.
  4. Schil de appels, haal het klokhuis eruit en vul de holte op met het mengsel van suiker en boter.
  5. Strooi in het midden van elke deeglap een beetje broyage en leg er de gevulde appel op. Bestrooi de appel nog met wat kaneelsuiker.
  6. Neem de punten van het vierkant en plooi ze over de appel. Plaats het appelpakketje op een deegcirkeltje en bestrijk het deeg met het los-geklopte ei.
  7. Snijd uit de rest van het uitgerolde deeg twaalf repen van 1 bij 10 cm en leg er twee gekruist op iedere appel. Strijk de reepjes in met het losgeklopte ei.
  8. Laat een uurtje rusten en bak de appelbollen dan 30 minuten in een oven op 210°C.
  9. Als het deeg al gaar is, maar de appel is nog steeds hard, verlaag dan de temperatuur en zet de ovendeur op een kier. Laat verder bakken tot de appel zacht is.
  10. Bestrijk de appelbollen na het bakken met siroop en bestrooi ze lichtjes met bloemsuiker.

Uit: Belgisch bakboek, Stefan Elias (Uitgeverij Kannibaal, 35 euro).

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info