KeukenlatijnEen donkerkleurige paddestoel met een kruidige smaak.
Keukenlatijngeurige dungesneden schil van citrusvruchten.
Keukenlatijnlicht gebonden, fluweelzachte romige soep of saus.
Keukenlatijndraaien in een saus tot volledige afkoeling om het schiften en het vormen van vellen te vermijden.
Keukenlatijnhet geven van een fraaie vorm aan b.v. groenten (uitsnijden, uitsteken).
Keukenlatijn"een toer geven" is het uitrollen en weer opvouwen van bladerdeeg.
Keukenlatijnvorm die het model heeft van een beker.
Keukenlatijnuitdrukking voor het zachtste, sappigste, meest malse deel van wild, gevogelte, vis of andere producten.
Keukenlatijnin eigen vocht en een weinig water, wijn, bier of bouillon in een gesloten recipiënt gaar laten worden ("étuver").
Keukenlatijnmet weinig vocht en vet in een gesloten pan op zacht vuur garen ("braiser"). Een stuk vlees dat wordt gesmoord, is vaak op voorhand met vet gelardeerd of gemarineerd.